Alfabet (Nederlands)

1

  • A > Aardappels > Aardappels
    Play
  • B > Bagage > Bagage
    Play
  • C > Chocolademelk > Chocolademelk
    Play
  • D > Dag! > Dag!
    Play
  • E > Een > Een
    Play
  • F > Februari > Februari
    Play
  • G > Ga weg! > Ga weg!
    Play
  • H > Hallo. Het gaat goed, dank je > Hallo. Het gaat goed, dank je
    Play
  • I > Identiteitsbewijs > Identiteitsbewijs
    Play
  • IJ > IJsblokjes > Ijsblokjes
    Play
  • J > Ja > Ja
    Play
  • K > Kamer > Kamer
    Play
  • L > Laat me met rust! > Laat me met rust!
    Play
  • M > Maak me wakker om 7 uur, alstublieft > Maak me wakker om 7 uur, alstublieft
    Play
  • N > Nee > Nee
    Play
  • O > Okee > Okee
    Play
  • P > Paars > Paars
    Play
  • R > Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje > Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje
    Play
  • S > Sandalen > Sandalen
    Play
  • T > Tachtig > Tachtig
    Play
  • U > U kunt haar bellen op haar mobiel > U kunt haar bellen op haar mobiel
    Play
  • V > Vandaag > Vandaag
    Play
  • W > Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? > Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft?
    Play
  • X > Excuseer! > Excuseer!
    Play
  • Z > Zand > Zand
    Play