Portugees > Alfabet

Alfabet : Portugees

PortugeesNederlands
1A
a campanha - O campo Het platteland
2B
bagagens Bagage
3C
cabelereiro Kapsalon
4D
de acordo ! Okee
5E
É à direita Het is rechts
6F
fato-de-banho Zwempak
7G
garagem Autoparking
8H
há água ou sumo de fruta Er is water of vruchtensap
9I
insolação Zonneslag
10J
janeiro Januari
11K
12L
lavandaria Droogkuis
13M
maio Mei
14N
nada, obrigada Niets, dank u
15O
o bar De bar
16P
pão Brood
17Q
quais são os bons lugares para beber? Wat zijn de goeie plekjes om iets te drinken?
18R
regresso amanhâ Ik vertrek morgen
19S
sábado Zaterdag
20T
tchau! Tot ziens!
21U
um Een
22V
va-se embora! Ga weg!
23W
24X
Sexta-feira Vrijdag
25Y
26Z
zero Nul