Alfabet (Nederlandsk)

1A
Aardappels
Poteter
2B
Bagage
Bagasje
3C
Chocolademelk
Kakao
4D
Dag!
Ha det!
5E
Een
En
6F
Februari
Februar
7G
Ga weg!
Gå vekk!
8H
Hallo. Het gaat goed, dank je
Hei! Det går bra, takk
9I
Identiteitsbewijs
Identitetspapirer
10IJ
IJsblokjes
Isbiter
11J
Ja
Ja
12K
Kamer
Rom
13L
Laat me met rust!
La meg være (i fred)
14M
Maak me wakker om 7 uur, alstublieft
Vekk meg klokken 7, vær så snill
15N
Nee
Nei
16O
Okee
OK
17P
Paars
Lilla
18R
Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje
Eggerøre - speilegg - bløtkokt egg
19S
Sandalen
Sandaler
20T
Tachtig
Ǻtti
21U
U kunt haar bellen op haar mobiel
Du kan ringe henne på mobilen
22V
Vandaag
I dag
23W
Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft?
Hvor skal dette toget?
24X
Excuseer!
Unnskyld!
25Z
Zand
Sand