Woordenschat > Catalaans

1 - Belangrijke uitdrukkingen

Belangrijke uitdrukkingen
Quiz
Cursussen
1 Goedendag Bon dia
2 Informele uitdrukkingen Hola
3 Goedenavond Bona nit
4 Tot ziens Adéu
5 Formele uitdrukking Adéu siau
6 Tot straks Fins més tard
7 Ja
8 Nee No
9 Alstublieft Si us plau!
10 Dank u Gràcies
11 Dank u wel Moltes gràcies
12 Bedankt voor uw hulp Gràcies per la seva ajuda
13 Graag gedaan De res
14 Okee D'acord
15 Hoeveel kost dat? Quin preu té, si us plau?
16 Andere formulering Què val si us plau ? / Quan costa si us plau?
17 Pardon! Disculpi
18 Ik begrijp het niet No ho entenc
19 Ik heb het begrepen Entesos
20 Ik weet het niet No ho sé
21 Verboden Prohibit
22 Waar zijn de toiletten, alstublieft? On són els lavabos, si us plau?
23 Gelukkig Nieuwjaar! Bon any!
24 Gelukkige verjaardag! Per molts anys!
25 Prettige feesten! Bones festes!
26 Gefeliciteerd! Felicitats!



2 - Gesprek

Gesprek
Quiz
Cursussen
1 Hallo. Hoe gaat het? Hola. Com estàs?
2 Hallo. Het gaat goed, dank je Hola. Be gràcies
3 Slechts een klein beetje Només una mica
4 Waar kom je vandaan? De quin país vens?
5 Wat is je nationaliteit? Quina nacionalitat tens?
6 #NO TRANSLATION Sóc espanyol
7 Als het een vrouw is die spreekt Sóc espanyola
8 En jij, woon je hier? I tu, vius aquí?
9 Ja, ik woon hier Sí, visc aquí
10 Ik heet Sarah, en jij? Em dic Sarah, i tu?
11 Julien Julià
12 Wat doe je hier? Què hi fas aquí?
13 Ik ben op vakantie Estic de vacances
14 Wij zijn op vakantie Estem de vacances
15 Ik ben op zakenreis Estic de viatge per feina
16 Ik werk hier Treballo aquí
17 Wij werken hier Treballem aquí
18 Wat zijn de goeie plekjes om te eten? Quins són els millors llocs per menjar?
19 Is er een museum in de buurt? Hi ha un museu aprop d'aquí?
20 Waar kan ik internetverbinding maken? A on podria conectar-me a internet?



3 - Leren

Leren
Quiz
Cursussen
1 Wil je enkele woorden leren? Vols aprendre una mica de vocabulari?
2 Okee! D'acord!
3 Hoe heet dat? Com es diu?
4 Dat is een tafel Es una taula
5 Een tafel, begrijp je? Una taula, ho entens?
6 Ik begrijp het niet No ho entenc
7 Kan je dat alsjeblieft herhalen? Pots repetir si us plau?
8 Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? Pots parlar més a poc a poc?
9 Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? Podries escriure-ho, si us plau?
10 Ik heb het begrepen Entesos



4 - Kleuren

Kleuren
Quiz
Cursussen
1 Ik vind de kleur van deze tafel mooi M'agrada el color d'aquesta taula
2 Het is rood És vermell
3 Blauw Blau
4 Geel Groc
5 Wit Blanc
6 Zwart Negre
7 Groen Verd
8 Oranje Taronja
9 Paars Lila
10 Grijs Gris



5 - Getallen

Getallen
Quiz
Cursussen
1 Nul Zero
2 Een U
3 Specificeert het genre Un / Una
4 Twee Dos
5 Drie Tres
6 Vier Quatre
7 Vijf Cinc
8 Zes Sis
9 Zeven Set
10 Acht Vuit
11 Negen Nou
12 Tien Deu
13 Elf Onze
14 Twaalf Dotze
15 Dertien Tretze
16 Veertien Catorze
17 Vijftien Quinze
18 Zestien Setze
19 Zeventien Disset
20 Achttien Divuit
21 Negentien Dinou
22 Twintig Vint
23 Eenentwintig Vint-i-u / Vint-i-un
24 Tweeëntwintig Vint-i-dos
25 Drieëntwintig Vint-i-tres
26 Vierentwintig Vint-i-quatre
27 Vijfentwintig Vint-i-cinc
28 Zesentwintig Vint-i-sis
29 Zevenentwintig Vint-i-set
30 Achtentwintig Vint-i-vuit
31 Negenentwintig Vint-i-nou
32 Dertig Trenta
33 Eenendertig Trenta-ú
34 Tweeëndertig Trenta-dos
35 Drieëndertig Trenta-tres
36 Vierendertig Trenta-quatre
37 Vijfendertig Trenta-cinc
38 Zesendertig Trenta-sis
39 Veertig Quaranta
40 Vijftig Cinquanta
41 Zestig Seixanta
42 Zeventig Setanta
43 Tachtig Vuitanta
44 Negentig Noranta
45 Honderd Cent
46 Honderd vijf Cent cinc
47 Tweehonderd Dos-cents
48 Driehonderd Tres-cents
49 Vierhonderd Quatre-cents
50 Duizend Mil
51 Vijftienhonderd Mil cinc-cents
52 Tweeduizend Dos mil
53 Tienduizend Deu mil



6 - Tijdsaanduidingen

Tijdsaanduidingen
Quiz
Cursussen
1 Wanneer ben je aangekomen? Quan has arribat aqui?
2 Vandaag Avui
3 Gisteren Ahir
4 Twee dagen geleden Fa dos dies
5 Hoe lang blijf je? Quan de temps et quedes?
6 Ik vertrek morgen M'en vaig demà
7 Ik vertrek overmorgen M'en vaig demà-passat
8 Ik vertrek over drie dagen M'en vaig d'aqui tres dies
9 Maandag Dilluns
10 Dinsdag Dimarts
11 Woensdag Dimecres
12 Donderdag Dijous
13 Vrijdag Divendres
14 Zaterdag Dissabte
15 Zondag Diumenge
16 Januari Gener
17 Februari Febrer
18 Maart Març
19 April Abril
20 Mei Maig
21 Juni Juny
22 Juli Juliol
23 Augustus Agost
24 September Setembre
25 Oktober Octubre
26 November Novembre
27 December Desembre
28 Hoe laat vertrek je? A quina hora marxes?
29 Om acht uur 's ochtends Al mati, a les vuit
30 Om kwart over acht 's ochtends Al mati, a un quart de nou
31 Om half negen 's ochtends Al mati, a dos quarts de nou
32 Om kwart voor negen 's ochtends Al mati, a tres quarts de nou
33 Om zes uur 's avonds A la tarda, a les sis
34 Ik ben laat Vaig tard



7 - Taxi

Taxi
Quiz
Cursussen
1 Taxi! Taxi!
2 Waar wilt u naartoe? On vol anar?
3 Ik ga naar het station Vaig a l'estació
4 Ik ga naar het hotel Dag en Nacht Vaig a l'hotel Dia i Nit
5 Kunt u me naar de luchthaven brengen? Podria portar-me a l'aeroport?
6 Kunt u mijn bagage nemen? Pot agafar les meves maletes?
7 Is het ver van hier? Està molt lluny d'aquí?
8 Nee, het is vlakbij No, està al costat
9 Ja, het is iets verder weg Sí, és una mica més lluny
10 Hoeveel zal het kosten? Quant costarà?
11 Breng me hiernaartoe, alstublieft Porti'm aquí, si us plau
12 Het is rechts És a la dreta
13 Het is links És a l'esquerra
14 Het is rechtdoor És tot recte
15 Het is hier És aquí
16 Het is die kant uit És per allà
17 Stop! Para!
18 Formele uitdrukking Pari!
19 Neem uw tijd Prengui el temps que necessiti
20 Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? Em pot fer un rebut, si us plau?



8 - Gevoelens

Gevoelens
Quiz
Cursussen
1 Ik hou erg van jouw land M'agrada molt el teu país
2 Ik hou van je T'estimo
3 Ik ben blij Sóc feliç
4 Ik ben verdrietig Estic trist
5 Als het een vrouw is die spreekt Estic trista
6 Ik voel me goed hier Em sento molt bé aquí
7 Ik heb koud Tinc fred
8 Ik heb warm Tinc calor
9 Het is te groot És massa gran
10 Het is te klein És massa petit
11 Het is perfect És perfecte
12 Wil je vanavond uit? Vols sortir aquest vespre?
13 Ik zou graag uitgaan vanavond M'agradaria sortir aquest vespre
14 Dat is een goed idee És una bona idea
15 Ik wil me amuseren Tinc ganes de passar-m'ho bé
16 Dat is geen goed idee No és una bona idea
17 Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond No tinc ganes de sortir aquest vespre
18 Ik wil rusten Tinc ganes de descansar
19 Wil je sporten? Vols fer esport?
20 Ik heb ontspanning nodig Sí, necessito gastar energies!
21 Ik speel tennis Jugo a tenis
22 Nee bedankt, ik ben erg moe No gràcies, estic bastant cansat



9 - Familie

Familie
Quiz
Cursussen
1 Heb je familie hier? Tens familía aquí?
2 Mijn vader El meu pare
3 Andere formulering Mon pare
4 Mijn moeder La meva mare
5 Andere formulering Ma mare
6 Mijn zoon El meu fill
7 Mijn dochter La meva filla
8 Een broer Un germà
9 Een zus Una germana
10 Een vriend Un amic
11 Een vriendin Una amiga
12 Mijn vriend El meu novio
13 Mijn vriendin La meva novia
14 Mijn man El meu home
15 Mijn vrouw La meva dona



10 - Bar

Bar
Quiz
Cursussen
1 De bar El bar
2 Wil je iets drinken? Vols beure alguna cosa
3 Drinken Beure
4 Glas Got
5 Andere formulering Copa
6 Ja, graag Amb molt de gust
7 Wat wil je? Què vols beure?
8 Waar kan ik uit kiezen? Què hi ha per beure?
9 Er is water of vruchtensap Hi ha aigua o sucs de fruita
10 Water Aigua
11 Kunt u er ijsblokjes bij doen? Pot afegir-hi glaçons, si us plau?
12 Ijsblokjes Glaçons
13 Chocolademelk Xocolata
14 Melk Llet
15 Thee
16 Koffie Cafè
17 Met suiker Amb sucre
18 Met melk Amb crema
19 Wijn Vi
20 Bier Cervesa
21 Een thee, graag Un tè, si us plau
22 Een biertje, graag Una cervesa, si us plau
23 Wat wilt u drinken? Què vol beure?
24 Veel mensen luisteren Què volen beure?
25 Twee thee's, graag Dos tès, si us plau!
26 Twee biertjes, graag Dues cerveses si us plau
27 Niets, dank u Res, gràcies
28 Proost A la teva salut
29 Santé! Salut!
30 De rekening, alstublieft! El compte, si us plau
31 Hoeveel kost dat ? Què li dec, si us plau?
32 Andere formulering Quant és, si us plau?
33 Twintig euro Vint euros
34 Ik trakteer je Et convido



11 - Restaurant

Restaurant
Quiz
Cursussen
1 Het restaurant El restaurant
2 Wil je iets eten? Vols menjar alguna cosa?
3 Ja, graag Sí, vull menjar alguna cosa
4 Eten Menjar
5 Waar kunnen we eten? A on podem menjar?
6 Waar kunnen we lunchen? A on podem dinar?
7 Het avondmaal El sopar
8 Het ontbijt L'esmorzar
9 Excuseer! Si us plau!
10 De menukaart, alstublieft! La carta, si us plau!
11 Hier is de menukaart! Aquí té la carta!
12 Eet je liever vlees of vis? Què prefereixes menjar? Carn o peix?
13 Met rijst Amb arròs
14 Met pasta Amb pasta
15 Aardappels Patates
16 Groenten Verdures
17 Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje Ous remenats - ous ferrats - ous passats per aigua
18 Brood
19 Boter Mantega
20 Een salade Una amanida
21 Een toetje Les postres
22 Fruit Fruita
23 Hebt u een mes, alstublieft? Té un ganivet si us plau?
24 Ja, ik breng er u onmiddellijk een Si, ara li porto
25 Een mes Un ganivet
26 Een vork Una forquilla
27 Een lepel Una cullera
28 Is dit een warme schotel? Es un plat calent?
29 Ja, en erg pikant ook! Si, i també molt picant!
30 Warm Calent
31 Koud Fred
32 Pikant Picant
33 Ik neem vis! Agafaré peix
34 Ik ook Jo també



12 - Afscheid nemen

Afscheid nemen
Quiz
Cursussen
1 Het is laat! Ik moet nu weggaan! És tard! He de marxar!
2 Kunnen we elkaar weerzien? Ens podrem tornar a veure?
3 Ja, leuk! Sí, amb molt de gust
4 Ik woon op dit adres Aquesta és la meva adreça
5 Heb je een telefoonnummer? Tens un número de telèfon?
6 Informele uitdrukkingen Tens un telèfon?
7 Ja, dit is het Sí, aquí el tens
8 Ik vond het gezellig He passat una bona estona amb tu
9 Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken Jo també. M'ha agradat conèixer-te
10 We zien elkaar snel weer Ens tornarem a veure aviat
11 Ik hoop het ook Ho espero també
12 Tot ziens! Fins aviat!
13 Tot morgen Fins demà
14 Dag! Adéu!



13 - Vervoer

Vervoer
Quiz
Cursussen
1 Pardon, ik zoek de bushalte Si us plau, busco la parada de l'autobús
2 Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? Quant costa el bitllet per anar a la ciutat del Sol, si us plau?
3 Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? On va aquest tren si us plau?
4 Stopt deze trein in Zonstad? Aquest tren té parada a la ciutat del Sol?
5 Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? Quan surt el tren a la ciutat del Sol?
6 Wanneer komt de trein aan in Zonstad? Quan arriba el tren a la ciutat del Sol?
7 Een kaartje voor Zonstad, alstublieft Un bitllet a la ciutat del Sol, si us plau
8 Hebt u de dienstregeling van de trein? Té els horaris de tren?
9 De dienstregeling van de bus L'horari dels autobusos
10 Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? Quin és el tren que va a la ciutat del Sol, si us plau?
11 Die trein És aquest
12 Dank u Gràcies
13 Graag gedaan. Goede reis! De res. Bon viatge!
14 De (repareer)garage El taller del mecànic
15 Het benzinestation La benzinera
16 Voltanken, alstublieft Omplim el dipòsit, si us plau.
17 Fiets Bicicleta
18 Het stadscentrum El centre de la ciutat
19 De voorstad Les rodalies
20 Het is een stad És una ciutat gran
21 Het is een dorp És un poble
22 Een berg Una muntanya
23 Een meer Un llac
24 Het platteland El camp



14 - Een persoon zoeken

Een persoon zoeken
Quiz
Cursussen
1 Is Sarah hier, alstublieft? Hi ha la Sarah,si us plau?
2 Ja, ze is hier Sí, és aquí
3 Ze is weg Ha sortit
4 U kunt haar bellen op haar mobiel Pot trucar-la al mòbil
5 Weet u waar ik haar kan vinden? Sap on podria trobar-la?
6 Ze is op haar werk És a la feina
7 Ze is thuis És a casa seva
8 Is Julien hier, alstublieft? Hi ha en Julià, si us plau?
9 Ja, hij is hier Sí, és aquí
10 Hij is weg Ha sortit
11 Weet u waar ik hem kan vinden? Sap on podria trobar-lo?
12 U kunt hem bellen op zijn mobiel Pot trucar-lo al mòbil
13 Hij is op zijn werk És a la feina
14 Hij is thuis És a casa seva



15 - Hotel

Hotel
Quiz
Cursussen
1 Het hotel L'hotel
2 Appartement L'apartament
3 Welkom! Benvingut – Benvinguts
4 Als de tolk een vrouw is Benvinguda – Benvingudes
5 Hebt u een kamer vrij? Té una habitació disponible?
6 Is er een badkamer in de kamer? Hi ha un bany a l'habitació?
7 Verkiest u twee eenpersoonsbedden? Prefereixen dos llits individuals?
8 Wenst u een kamer met een dubbel bed? Volen una habitació doble?
9 Kamer met bad - met balkon - met douche Habitació amb bany - amb balcó - amb dutxa
10 Kamer met ontbijt Habitació amb esmorzar inclòs
11 Wat is de prijs voor één nacht? Quin és el preu per a una nit?
12 Ik zou graag eerst de kamer zien Primer voldria veure l'habitació, si us plau!
13 Ja, natuurlijk Sí, es clar!
14 Dank u, de kamer is erg mooi Gràcies. L'habitació està molt bé.
15 Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? Està bé, puc reservar per aquesta nit?
16 Het is wat te duur voor mij, bedankt És una mica car per mi, gràcies.
17 Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? Pot ocupar-se de les meves maletes, si us plau?
18 Waar is mijn kamer, alstublieft? On està la meva habitació, si us plau?
19 Het is op de eerste verdieping És al primer pis
20 Is er een lift? Hi ha un ascensor?
21 De lift is aan uw linkerkant L'ascensor és a l'esquerra
22 De lift is aan uw rechterkant L'ascensor és a la dreta
23 Waar is de wasserij, alstublieft? On és la bugaderia?
24 Het is op de gelijkvloerse verdieping És a la planta baixa
25 De begane grond Planta baixa
26 Kamer Habitació
27 Droogkuis Tintoreria
28 Kapsalon Perruqueria
29 Autoparking Parking
30 We zien elkaar in de vergaderzaal? Ens trobem a la sala de reunions?
31 De vergaderzaal La sala de reunions
32 Het zwembad is verwarmd La piscina és calenta
33 Het zwembad La piscina
34 Maak me wakker om 7 uur, alstublieft Desperti'm a les set, si us plau
35 De sleutel, alstublieft La clau, si us plau
36 De pas, alstublieft El passe, si us plau
37 Zijn er berichten voor mij? Hi ha algun missatge per a mi?
38 Ja, alstublieft Sí, aquí els té
39 Nee, we hebben niets voor u ontvangen No, no ha rebut res
40 Waar kan ik wisselgeld krijgen? On puc aconseguir canvi de moneda?
41 Kunt u mij wisselgeld geven? Pot donar-me canvi si us plau?
42 Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? Sí, podem donar-li canvi. Quant vol canviar?



16 - Strand

Strand
Quiz
Cursussen
1 Het strand La platja
2 Weet u waar ik een bal kan kopen? Sap on puc comprar una pilota?
3 Er is een winkel in die richting Hi ha una botiga en aquesta direcció
4 Een bal Una pilota
5 Een verrekijker Binocles / Prismàtics
6 Een pet Una gorra
7 Een handdoek Tovallola
8 Sandalen Sandàlies
9 Een emmer Cubell
10 Zonnecrème Crema solar
11 Zwembroek Banyador
12 Zonnebril Ulleres de sol
13 Schaaldieren Marisc
14 Zonnebaden Prendre el sol
15 Zonnig Assolellat
16 Zonsondergang Posta de sol
17 Parasol Para-sol
18 Zon Sol
19 Zonneslag Insolació
20 Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? És perillós banyar-se aquí?
21 Nee, het is niet gevaarlijk No, no és perillós
22 Ja, het is verboden om hier te zwemmen Sí, està prohibit banyar-se aquí
23 Zwemmen Nedar
24 Zwemmen Natació
25 Golf Ona
26 Andere formulering Onada
27 Zee Mar
28 Duin Duna
29 Zand Sorra
30 Welk weer voorspellen ze voor morgen? Quin temps farà demà?
31 Het weer gaat veranderen El temps canviarà
32 Het gaat regenen Plourà
33 Het wordt zonnig Farà sol
34 Het wordt erg winderig Hi haurà molt de vent
35 Zwempak Banyador
36 Schaduw Ombra



17 - In geval van problemen

In geval van problemen
Quiz
Cursussen
1 Kunt u me helpen, alstublieft? Pot ajudar-me, si us plau?
2 Ik ben de weg kwijt M'he perdut
3 Wat wenst u? Què desitja?
4 Informele uitdrukkingen Què vol?
5 Wat is er gebeurd? Què ha passat?
6 Waar kan ik een tolk vinden? A on puc trobar un intèrpret?
7 Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? On es la farmàcia més propera?
8 Kunt u een dokter bellen, alstublieft? Pot trucar un metge, si us plau?
9 Welke behandeling krijgt u op dit moment? Es pren alguna medicació en aquests moments?
10 Een ziekenhuis Un hospital
11 Een apotheek Una farmàcia
12 Een dokter Un metge
13 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp vrouwelijk is Una metgessa
14 Medische dienst Servei mèdic
15 Ik ben mijn papieren kwijt He perdut la documentació
16 Mijn papieren zijn gestolen M'han robat la documentació
17 Bureau voor gevonden voorwerpen Oficina d'objectes perduts
18 Hulppost Lloc de socors
19 Nooduitgang Sortida d'emergència
20 De Politie La Policía
21 Identiteitsbewijs Documentació
22 Geld Diners
23 Paspoort Passaport
24 Bagage Maletes
25 Nee dank u, ik heb geen interesse Ja esta bé, gràcies
26 Laat me met rust! Deixi'm en pau!
27 Ga weg! Marxi!