Engels Woordenschat

Video om naar de meest voorkomende woorden in het Engels te luisteren

Waarom en hoe Engelse woordenschat leren met audio?

De redenen om Engels te leren zijn even duidelijk als ontelbaar. Het is een onmisbare taal geworden voor het uitwisselen met de hele wereld, of het nu om professionele redenen is (I am on a business trip : Β« Ik ben op zakenreis Β»), om overal naartoe te reizen of gewoon om te kunnen chatten op sociale netwerken.

.

Alle woordenschat met betrekking tot reizen is nuttig voor u, ongeacht de situatie waarin u zich bevindt (Is it far from here? : Β« is het ver van hier? Β» bijvoorbeeld) en de reden waarom u de taal studeert. Als u een Engelstalig land bezoekt, leer dan ook basisuitdrukkingen voor uw dagelijks leven (Where could I get an internet connection? : Β« Waar kan ik verbinding maken met het internet? Β» bijvoorbeeld).

Je kent waarschijnlijk al veel basistermen, maar onze woordenschatfiches en voorstellen voor romans, films, series en muziek zullen je helpen om op alle mogelijke manieren in contact te blijven met de taal en deze regelmatig te oefenen.

.

Selectie van de inhoud om u onder te dompelen in de Angelsaksische cultuur

Romans :

Films :

Series :

Muziek :

Hier is een selectie van 400 nuttige woorden en uitdrukkingen om u op weg te helpen

Deze woorden en uitdrukkingen zijn gerangschikt op thema. Door op de knoppen Quiz of Cursussen te klikken, heeft u gratis toegang tot de complete cursus Engels. Door op de knop printer te klikken, kunt u alle uitdrukkingen van het thema afdrukken. Deze inhoud is gratis.
1 - Belangrijke uitdrukkingen
πŸ”Š Goedendag πŸ”Š Hello
πŸ”Š Goedenavond πŸ”Š Good evening
πŸ”Š Tot ziens πŸ”Š Goodbye
πŸ”Š Tot straks πŸ”Š See you later
πŸ”Š Ja πŸ”Š Yes
πŸ”Š Nee πŸ”Š No
πŸ”Š Alstublieft πŸ”Š Please!
πŸ”Š Dank u πŸ”Š Thanks
πŸ”Š Dank u wel πŸ”Š Thanks a lot
πŸ”Š Bedankt voor uw hulp πŸ”Š Thank you for your help
πŸ”Š Graag gedaan πŸ”Š Don't mention it
πŸ”Š Okee πŸ”Š Ok
πŸ”Š Hoeveel kost dat? πŸ”Š How much is it?
πŸ”Š Pardon! πŸ”Š Sorry!
πŸ”Š Ik begrijp het niet πŸ”Š I don't understand
πŸ”Š Ik heb het begrepen πŸ”Š I get it
πŸ”Š Ik weet het niet πŸ”Š I don't know
πŸ”Š Verboden πŸ”Š Forbidden
πŸ”Š Waar zijn de toiletten, alstublieft? πŸ”Š Excuse me, where are the toilets?
πŸ”Š Gelukkig Nieuwjaar! πŸ”Š Happy New Year!
πŸ”Š Gelukkige verjaardag! πŸ”Š Happy birthday!
πŸ”Š Prettige feesten! πŸ”Š Happy holiday!
πŸ”Š Gefeliciteerd! πŸ”Š Congratulations!
2 - Gesprek
πŸ”Š Hallo. Hoe gaat het? πŸ”Š Hello. How are you?
πŸ”Š Hallo. Het gaat goed, dank je πŸ”Š Hello. I'm fine, thank you
πŸ”Š Spreek je Engels? πŸ”Š Do you speak English?
πŸ”Š Nee, ik spreek geen Engels πŸ”Š No, I don't speak English
πŸ”Š Slechts een klein beetje πŸ”Š Only a little bit
πŸ”Š Waar kom je vandaan? πŸ”Š Where do you come from?
πŸ”Š Wat is je nationaliteit? πŸ”Š What is your nationality?
πŸ”Š Ik ben Hollands πŸ”Š I am Dutch
πŸ”Š En jij, woon je hier? πŸ”Š And you, do you live here?
πŸ”Š Ja, ik woon hier πŸ”Š Yes, I live here
πŸ”Š Ik heet Sarah, en jij? πŸ”Š My name is Sarah, what's your name?
πŸ”Š Julien πŸ”Š Julian
πŸ”Š Wat doe je hier? πŸ”Š What are you doing here?
πŸ”Š Ik ben op vakantie πŸ”Š I am on holiday
πŸ”Š Wij zijn op vakantie πŸ”Š We are on holiday
πŸ”Š Ik ben op zakenreis πŸ”Š I am on a business trip
πŸ”Š Ik werk hier πŸ”Š I work here
πŸ”Š Wij werken hier πŸ”Š We work here
πŸ”Š Wat zijn de goeie plekjes om te eten? πŸ”Š Where are the good places to go out and eat?
πŸ”Š Is er een museum in de buurt? πŸ”Š Is there a museum in the neighbourhood?
πŸ”Š Waar kan ik internetverbinding maken? πŸ”Š Where could I get an internet connection?
3 - Leren
πŸ”Š Wil je enkele woorden leren? πŸ”Š Do you want to learn a few words?
πŸ”Š Okee! πŸ”Š Yes, sure!
πŸ”Š Hoe heet dat? πŸ”Š What's this called?
πŸ”Š Dat is een tafel πŸ”Š It's a table
πŸ”Š Een tafel, begrijp je? πŸ”Š A table. Do you understand?
πŸ”Š Ik begrijp het niet πŸ”Š I don't understand
πŸ”Š Kan je dat alsjeblieft herhalen? πŸ”Š Can you repeat please?
πŸ”Š Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? πŸ”Š Can you talk a bit more slowly, please ?
πŸ”Š Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? πŸ”Š Could you write it down, please?
πŸ”Š Ik heb het begrepen πŸ”Š I get it
4 - Kleuren
πŸ”Š Ik vind de kleur van deze tafel mooi πŸ”Š I like the colour of this table
πŸ”Š Het is rood πŸ”Š It's red
πŸ”Š Blauw πŸ”Š Blue
πŸ”Š Geel πŸ”Š Yellow
πŸ”Š Wit πŸ”Š White
πŸ”Š Zwart πŸ”Š Black
πŸ”Š Groen πŸ”Š Green
πŸ”Š Oranje πŸ”Š Orange
πŸ”Š Paars πŸ”Š Purple
πŸ”Š Grijs πŸ”Š Grey
5 - Getallen
πŸ”Š Nul πŸ”Š Zero
πŸ”Š Een πŸ”Š One
πŸ”Š Twee πŸ”Š Two
πŸ”Š Drie πŸ”Š Three
πŸ”Š Vier πŸ”Š Four
πŸ”Š Vijf πŸ”Š Five
πŸ”Š Zes πŸ”Š Six
πŸ”Š Zeven πŸ”Š Seven
πŸ”Š Acht πŸ”Š Eight
πŸ”Š Negen πŸ”Š Nine
πŸ”Š Tien πŸ”Š Ten
πŸ”Š Elf πŸ”Š Eleven
πŸ”Š Twaalf πŸ”Š Twelve
πŸ”Š Dertien πŸ”Š Thirteen
πŸ”Š Veertien πŸ”Š Fourteen
πŸ”Š Vijftien πŸ”Š Fifteen
πŸ”Š Zestien πŸ”Š Sixteen
πŸ”Š Zeventien πŸ”Š Seventeen
πŸ”Š Achttien πŸ”Š Eighteen
πŸ”Š Negentien πŸ”Š Nineteen
πŸ”Š Twintig πŸ”Š Twenty
πŸ”Š Eenentwintig πŸ”Š Twenty-one
πŸ”Š TweeΓ«ntwintig πŸ”Š Twenty-two
πŸ”Š DrieΓ«ntwintig πŸ”Š Twenty-three
πŸ”Š Vierentwintig πŸ”Š Twenty-four
πŸ”Š Vijfentwintig πŸ”Š Twenty-five
πŸ”Š Zesentwintig πŸ”Š Twenty-six
πŸ”Š Zevenentwintig πŸ”Š Twenty-seven
πŸ”Š Achtentwintig πŸ”Š Twenty-eight
πŸ”Š Negenentwintig πŸ”Š Twenty-nine
πŸ”Š Dertig πŸ”Š Thirty
πŸ”Š Eenendertig πŸ”Š Thirty-one
πŸ”Š TweeΓ«ndertig πŸ”Š Thirty-two
πŸ”Š DrieΓ«ndertig πŸ”Š Thirty-three
πŸ”Š Vierendertig πŸ”Š Thirty-four
πŸ”Š Vijfendertig πŸ”Š Thirty-five
πŸ”Š Zesendertig πŸ”Š Thirty-six
πŸ”Š Veertig πŸ”Š Forty
πŸ”Š Vijftig πŸ”Š Fifty
πŸ”Š Zestig πŸ”Š Sixty
πŸ”Š Zeventig πŸ”Š Seventy
πŸ”Š Tachtig πŸ”Š Eighty
πŸ”Š Negentig πŸ”Š Ninety
πŸ”Š Honderd πŸ”Š One hundred
πŸ”Š Honderd vijf πŸ”Š A hundred and five
πŸ”Š Tweehonderd πŸ”Š Two hundred
πŸ”Š Driehonderd πŸ”Š Three hundred
πŸ”Š Vierhonderd πŸ”Š Four hundred
πŸ”Š Duizend πŸ”Š A thousand
πŸ”Š Vijftienhonderd πŸ”Š A thousand five hundred
πŸ”Š Tweeduizend πŸ”Š Two thousand
πŸ”Š Tienduizend πŸ”Š Ten thousand
6 - Tijdsaanduidingen
πŸ”Š Wanneer ben je aangekomen? πŸ”Š When did you get here?
πŸ”Š Vandaag πŸ”Š Today
πŸ”Š Gisteren πŸ”Š Yesterday
πŸ”Š Twee dagen geleden πŸ”Š Two days ago
πŸ”Š Hoe lang blijf je? πŸ”Š How long are you staying for?
πŸ”Š Ik vertrek morgen πŸ”Š I'm leaving tomorrow
πŸ”Š Ik vertrek overmorgen πŸ”Š I'll be leaving the day after tomorrow
πŸ”Š Ik vertrek over drie dagen πŸ”Š I'll be leaving in three days
πŸ”Š Maandag πŸ”Š Monday
πŸ”Š Dinsdag πŸ”Š Tuesday
πŸ”Š Woensdag πŸ”Š Wednesday
πŸ”Š Donderdag πŸ”Š Thursday
πŸ”Š Vrijdag πŸ”Š Friday
πŸ”Š Zaterdag πŸ”Š Saturday
πŸ”Š Zondag πŸ”Š Sunday
πŸ”Š Januari πŸ”Š January
πŸ”Š Februari πŸ”Š February
πŸ”Š Maart πŸ”Š March
πŸ”Š April πŸ”Š April
πŸ”Š Mei πŸ”Š May
πŸ”Š Juni πŸ”Š June
πŸ”Š Juli πŸ”Š July
πŸ”Š Augustus πŸ”Š August
πŸ”Š September πŸ”Š September
πŸ”Š Oktober πŸ”Š October
πŸ”Š November πŸ”Š November
πŸ”Š December πŸ”Š December
πŸ”Š Hoe laat vertrek je? πŸ”Š What time are you leaving at?
πŸ”Š Om acht uur 's ochtends πŸ”Š Morning, at eight o'clock
πŸ”Š Om kwart over acht 's ochtends πŸ”Š Morning, at a quarter past 8
πŸ”Š Om half negen 's ochtends πŸ”Š Morning, at half past 8
πŸ”Š Om kwart voor negen 's ochtends πŸ”Š Morning, at a quarter to nine
πŸ”Š Om zes uur 's avonds πŸ”Š Evening, at 6pm
πŸ”Š Ik ben laat πŸ”Š I am late
7 - Taxi
πŸ”Š Taxi! πŸ”Š Taxi!
πŸ”Š Waar wilt u naartoe? πŸ”Š Where would you like to go?
πŸ”Š Ik ga naar het station πŸ”Š I'm going to the train station
πŸ”Š Ik ga naar het hotel Dag en Nacht πŸ”Š I'm going to the Day and Night Hotel
πŸ”Š Kunt u me naar de luchthaven brengen? πŸ”Š Can you take me to the airport, please?
πŸ”Š Kunt u mijn bagage nemen? πŸ”Š Can you take my luggage?
πŸ”Š Is het ver van hier? πŸ”Š Is it far from here?
πŸ”Š Nee, het is vlakbij πŸ”Š No it's close
πŸ”Š Ja, het is iets verder weg πŸ”Š Yes it's a little bit further away
πŸ”Š Hoeveel zal het kosten? πŸ”Š How much will it be?
πŸ”Š Breng me hiernaartoe, alstublieft πŸ”Š Take me there, please
πŸ”Š Het is rechts πŸ”Š You go right
πŸ”Š Het is links πŸ”Š You go left
πŸ”Š Het is rechtdoor πŸ”Š It's straight on
πŸ”Š Het is hier πŸ”Š It's right here
πŸ”Š Het is die kant uit πŸ”Š It's that way
πŸ”Š Stop! πŸ”Š Stop!
πŸ”Š Neem uw tijd πŸ”Š Take your time
πŸ”Š Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? πŸ”Š Can I have a receipt, please?
8 - Familie
πŸ”Š Heb je familie hier? πŸ”Š Do you have family here?
πŸ”Š Mijn vader πŸ”Š My father
πŸ”Š Mijn moeder πŸ”Š My mother
πŸ”Š Mijn zoon πŸ”Š My son
πŸ”Š Mijn dochter πŸ”Š My daughter
πŸ”Š Een broer πŸ”Š A brother
πŸ”Š Een zus πŸ”Š a sister
πŸ”Š Een vriend πŸ”Š a friend
πŸ”Š Een vriendin πŸ”Š a friend
πŸ”Š Mijn vriend πŸ”Š My boyfriend
πŸ”Š Mijn vriendin πŸ”Š My girlfriend
πŸ”Š Mijn man πŸ”Š My husband
πŸ”Š Mijn vrouw πŸ”Š My wife
9 - Gevoelens
πŸ”Š Ik hou erg van jouw land πŸ”Š I really like your country
πŸ”Š Ik hou van je πŸ”Š I love you
πŸ”Š Ik ben blij πŸ”Š I am happy
πŸ”Š Ik ben verdrietig πŸ”Š I am sad
πŸ”Š Ik voel me goed hier πŸ”Š I feel great here
πŸ”Š Ik heb koud πŸ”Š I am cold
πŸ”Š Ik heb warm πŸ”Š I am hot
πŸ”Š Het is te groot πŸ”Š It's too big
πŸ”Š Het is te klein πŸ”Š It's too small
πŸ”Š Het is perfect πŸ”Š It's perfect
πŸ”Š Wil je vanavond uit? πŸ”Š Do you want to go out tonight?
πŸ”Š Ik zou graag uitgaan vanavond πŸ”Š I would like to go out tonight
πŸ”Š Dat is een goed idee πŸ”Š It is a good idea
πŸ”Š Ik wil me amuseren πŸ”Š I want to have fun
πŸ”Š Dat is geen goed idee πŸ”Š It is not a good idea
πŸ”Š Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond πŸ”Š I don't want to go out tonight
πŸ”Š Ik wil rusten πŸ”Š I want to rest
πŸ”Š Wil je sporten? πŸ”Š Would you like to do some sport?
πŸ”Š Ik heb ontspanning nodig πŸ”Š Yes, I need to relax
πŸ”Š Ik speel tennis πŸ”Š I play tennis
πŸ”Š Nee bedankt, ik ben erg moe πŸ”Š No thanks. I am tired already
10 - Bar
πŸ”Š De bar πŸ”Š The bar
πŸ”Š Wil je iets drinken? πŸ”Š Would you like to have a drink?
πŸ”Š Drinken πŸ”Š To drink
πŸ”Š Glas πŸ”Š Glass
πŸ”Š Ja, graag πŸ”Š With pleasure
πŸ”Š Wat wil je? πŸ”Š What would you like?
πŸ”Š Waar kan ik uit kiezen? πŸ”Š What's on offer?
πŸ”Š Er is water of vruchtensap πŸ”Š There is water or fruit juices
πŸ”Š Water πŸ”Š Water
πŸ”Š Kunt u er ijsblokjes bij doen? πŸ”Š Can you add some ice cubes, please?
πŸ”Š Ijsblokjes πŸ”Š Ice cubes
πŸ”Š Chocolademelk πŸ”Š Chocolate
πŸ”Š Melk πŸ”Š Milk
πŸ”Š Thee πŸ”Š Tea
πŸ”Š Koffie πŸ”Š Coffee
πŸ”Š Met suiker πŸ”Š With sugar
πŸ”Š Met melk πŸ”Š With cream
πŸ”Š Wijn πŸ”Š Wine
πŸ”Š Bier πŸ”Š Beer
πŸ”Š Een thee, graag πŸ”Š A tea please
πŸ”Š Een biertje, graag πŸ”Š A beer please
πŸ”Š Wat wilt u drinken? πŸ”Š What would you like to drink?
πŸ”Š Twee thee's, graag πŸ”Š Two teas please!
πŸ”Š Twee biertjes, graag πŸ”Š Two beers please!
πŸ”Š Niets, dank u πŸ”Š Nothing, thanks
πŸ”Š Proost πŸ”Š Cheers!
πŸ”Š SantΓ©! πŸ”Š Cheers!
πŸ”Š De rekening, alstublieft! πŸ”Š Can we have the bill please?
πŸ”Š Hoeveel kost dat ? πŸ”Š Excuse me, how much do I owe?
πŸ”Š Twintig euro πŸ”Š Twenty euros
πŸ”Š Ik trakteer je πŸ”Š It's on me
11 - Restaurant
πŸ”Š Het restaurant πŸ”Š The restaurant
πŸ”Š Wil je iets eten? πŸ”Š Would you like to eat?
πŸ”Š Ja, graag πŸ”Š Yes, with pleasure
πŸ”Š Eten πŸ”Š To eat
πŸ”Š Waar kunnen we eten? πŸ”Š Where can we eat?
πŸ”Š Waar kunnen we lunchen? πŸ”Š Where can we have lunch?
πŸ”Š Het avondmaal πŸ”Š Dinner
πŸ”Š Het ontbijt πŸ”Š Breakfast
πŸ”Š Excuseer! πŸ”Š Excuse me!
πŸ”Š De menukaart, alstublieft! πŸ”Š The menu, please
πŸ”Š Hier is de menukaart! πŸ”Š Here is the menu
πŸ”Š Eet je liever vlees of vis? πŸ”Š What do you prefer to eat? Meat or fish?
πŸ”Š Met rijst πŸ”Š With rice
πŸ”Š Met pasta πŸ”Š With pasta
πŸ”Š Aardappels πŸ”Š Potatoes
πŸ”Š Groenten πŸ”Š Vegetables
πŸ”Š Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje πŸ”Š Scrambled eggs - fried eggs - or a boiled egg
πŸ”Š Brood πŸ”Š Bread
πŸ”Š Boter πŸ”Š Butter
πŸ”Š Een salade πŸ”Š Salad
πŸ”Š Een toetje πŸ”Š Dessert
πŸ”Š Fruit πŸ”Š Fruit
πŸ”Š Hebt u een mes, alstublieft? πŸ”Š Can I have a knife, please?
πŸ”Š Ja, ik breng er u onmiddellijk een πŸ”Š Yes, I'll bring it to you right away
πŸ”Š Een mes πŸ”Š a knife
πŸ”Š Een vork πŸ”Š a fork
πŸ”Š Een lepel πŸ”Š a spoon
πŸ”Š Is dit een warme schotel? πŸ”Š Is it a warm dish?
πŸ”Š Ja, en erg pikant ook! πŸ”Š Yes, very hot also!
πŸ”Š Warm πŸ”Š Warm
πŸ”Š Koud πŸ”Š Cold
πŸ”Š Pikant πŸ”Š Hot
πŸ”Š Ik neem vis! πŸ”Š I'll have fish
πŸ”Š Ik ook πŸ”Š Me too
12 - Afscheid nemen
πŸ”Š Het is laat! Ik moet nu weggaan! πŸ”Š It's late, I have to go!
πŸ”Š Kunnen we elkaar weerzien? πŸ”Š Shall we meet again?
πŸ”Š Ja, leuk! πŸ”Š Yes with pleasure
πŸ”Š Ik woon op dit adres πŸ”Š This is my address
πŸ”Š Heb je een telefoonnummer? πŸ”Š Do you have a phone number?
πŸ”Š Ja, dit is het πŸ”Š Yes here you go
πŸ”Š Ik vond het gezellig πŸ”Š I had a lovely time
πŸ”Š Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken πŸ”Š Me too, it was a pleasure to meet you
πŸ”Š We zien elkaar snel weer πŸ”Š We will see each other soon
πŸ”Š Ik hoop het ook πŸ”Š I hope so too
πŸ”Š Tot ziens! πŸ”Š Goodbye
πŸ”Š Tot morgen πŸ”Š See you tomorrow
πŸ”Š Dag! πŸ”Š Bye!
13 - Vervoer
πŸ”Š Pardon, ik zoek de bushalte πŸ”Š Excuse me! I'm looking for the bus stop
πŸ”Š Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? πŸ”Š How much is a ticket to Sun City?Β 
πŸ”Š Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? πŸ”Š Where does this train go, please?Β 
πŸ”Š Stopt deze trein in Zonstad? πŸ”Š Does this train stop at Sun City?Β 
πŸ”Š Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? πŸ”Š When does the train for Sun City leave?Β 
πŸ”Š Wanneer komt de trein aan in Zonstad? πŸ”Š When will this train arrive in Sun City?Β 
πŸ”Š Een kaartje voor Zonstad, alstublieft πŸ”Š A ticket for Sun City, please
πŸ”Š Hebt u de dienstregeling van de trein? πŸ”Š Do you have the train's time table?
πŸ”Š De dienstregeling van de bus πŸ”Š Bus schedule
πŸ”Š Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? πŸ”Š Excuse me, which train goes to Sun City?
πŸ”Š Die trein πŸ”Š This one
πŸ”Š Dank u πŸ”Š Thanks
πŸ”Š Graag gedaan. Goede reis! πŸ”Š Don't mention it, have a good trip!
πŸ”Š De (repareer)garage πŸ”Š The garage
πŸ”Š Het benzinestation πŸ”Š The petrol station
πŸ”Š Voltanken, alstublieft πŸ”Š A full tank, please
πŸ”Š Fiets πŸ”Š Bike
πŸ”Š Het stadscentrum πŸ”Š Town centre
πŸ”Š De voorstad πŸ”Š Suburb
πŸ”Š Het is een stad πŸ”Š It is a city
πŸ”Š Het is een dorp πŸ”Š It is a village
πŸ”Š Een berg πŸ”Š A mountain
πŸ”Š Een meer πŸ”Š a lake
πŸ”Š Het platteland πŸ”Š The countryside
14 - Hotel
πŸ”Š Het hotel πŸ”Š The hotel
πŸ”Š Appartement πŸ”Š Apartment
πŸ”Š Welkom! πŸ”Š Welcome!
πŸ”Š Hebt u een kamer vrij? πŸ”Š Do you have a room available?
πŸ”Š Is er een badkamer in de kamer? πŸ”Š Is there a bathroom in the room?
πŸ”Š Verkiest u twee eenpersoonsbedden? πŸ”Š Would you prefer two single beds?
πŸ”Š Wenst u een kamer met een dubbel bed? πŸ”Š Do you wish to have a twin room?
πŸ”Š Kamer met bad - met balkon - met douche πŸ”Š A room with bathtub - with balcony - with shower
πŸ”Š Kamer met ontbijt πŸ”Š Bed and breakfast
πŸ”Š Wat is de prijs voor één nacht? πŸ”Š How much is it for a night?
πŸ”Š Ik zou graag eerst de kamer zien πŸ”Š I would like to see the room first
πŸ”Š Ja, natuurlijk πŸ”Š Yes, of course
πŸ”Š Dank u, de kamer is erg mooi πŸ”Š Thank you, the room is very nice
πŸ”Š Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? πŸ”Š OK, can I reserve for tonight?
πŸ”Š Het is wat te duur voor mij, bedankt πŸ”Š It's a bit too much for me, thank you
πŸ”Š Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? πŸ”Š Could you take care of my luggage, please?
πŸ”Š Waar is mijn kamer, alstublieft? πŸ”Š Where is my room, please?
πŸ”Š Het is op de eerste verdieping πŸ”Š It is on the first floor
πŸ”Š Is er een lift? πŸ”Š Is there a lift?
πŸ”Š De lift is aan uw linkerkant πŸ”Š The elevator is on your left
πŸ”Š De lift is aan uw rechterkant πŸ”Š The elevator is on your right
πŸ”Š Waar is de wasserij, alstublieft? πŸ”Š Where is the laundry room, please?
πŸ”Š Het is op de gelijkvloerse verdieping πŸ”Š It is on the ground floor
πŸ”Š De begane grond πŸ”Š Ground floor
πŸ”Š Kamer πŸ”Š Bedroom
πŸ”Š Droogkuis πŸ”Š Dry cleaner's
πŸ”Š Kapsalon πŸ”Š Hair salon
πŸ”Š Autoparking πŸ”Š Car parking space
πŸ”Š We zien elkaar in de vergaderzaal? πŸ”Š Let's meet in the meeting room?
πŸ”Š De vergaderzaal πŸ”Š Meeting room
πŸ”Š Het zwembad is verwarmd πŸ”Š The swimming pool is heated
πŸ”Š Het zwembad πŸ”Š Swimming pool
πŸ”Š Maak me wakker om 7 uur, alstublieft πŸ”Š Please, wake me up at seven a.m.
πŸ”Š De sleutel, alstublieft πŸ”Š The key, please
πŸ”Š De pas, alstublieft πŸ”Š The pass, please
πŸ”Š Zijn er berichten voor mij? πŸ”Š Are there any messages for me?
πŸ”Š Ja, alstublieft πŸ”Š Yes, here you are
πŸ”Š Nee, we hebben niets voor u ontvangen πŸ”Š No, we didn't receive anything for you
πŸ”Š Waar kan ik wisselgeld krijgen? πŸ”Š Where can I get some change?
πŸ”Š Kunt u mij wisselgeld geven? πŸ”Š Please can you give me some change?
πŸ”Š Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? πŸ”Š We can make some for you, how much would you like?
15 - Een persoon zoeken
πŸ”Š Is Sarah hier, alstublieft? πŸ”Š Excuse me, is Sarah here?
πŸ”Š Ja, ze is hier πŸ”Š Yes, she's here
πŸ”Š Ze is weg πŸ”Š She's out
πŸ”Š U kunt haar bellen op haar mobiel πŸ”Š You can call her on her mobile phone
πŸ”Š Weet u waar ik haar kan vinden? πŸ”Š Do you know where I could find her?
πŸ”Š Ze is op haar werk πŸ”Š She is at work
πŸ”Š Ze is thuis πŸ”Š She is at home
πŸ”Š Is Julien hier, alstublieft? πŸ”Š Excuse me, is Julien here?
πŸ”Š Ja, hij is hier πŸ”Š Yes, he's here
πŸ”Š Hij is weg πŸ”Š He's out
πŸ”Š Weet u waar ik hem kan vinden? πŸ”Š Do you know where I could find him?
πŸ”Š U kunt hem bellen op zijn mobiel πŸ”Š You can call him on his mobile phone
πŸ”Š Hij is op zijn werk πŸ”Š He is at work
πŸ”Š Hij is thuis πŸ”Š He is at home
16 - Strand
πŸ”Š Het strand πŸ”Š The beach
πŸ”Š Weet u waar ik een bal kan kopen? πŸ”Š Do you know where I can buy a ball?
πŸ”Š Er is een winkel in die richting πŸ”Š There is a store in this direction
πŸ”Š Een bal πŸ”Š a ball
πŸ”Š Een verrekijker πŸ”Š Binoculars
πŸ”Š Een pet πŸ”Š a cap
πŸ”Š Een handdoek πŸ”Š a towel
πŸ”Š Sandalen πŸ”Š Sandals
πŸ”Š Een emmer πŸ”Š a bucket
πŸ”Š ZonnecrΓ¨me πŸ”Š Suntan lotion
πŸ”Š Zwembroek πŸ”Š Swimming trunks
πŸ”Š Zonnebril πŸ”Š Sunglasses
πŸ”Š Schaaldieren πŸ”Š Shellfish
πŸ”Š Zonnebaden πŸ”Š Sunbathing
πŸ”Š Zonnig πŸ”Š Sunny
πŸ”Š Zonsondergang πŸ”Š Sunset
πŸ”Š Parasol πŸ”Š Parasol
πŸ”Š Zon πŸ”Š Sun
πŸ”Š Zonneslag πŸ”Š Sunstroke
πŸ”Š Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? πŸ”Š Is it dangerous to swim here?
πŸ”Š Nee, het is niet gevaarlijk πŸ”Š No, it is not dangerous
πŸ”Š Ja, het is verboden om hier te zwemmen πŸ”Š Yes, it is forbidden to swim here
πŸ”Š Zwemmen πŸ”Š Swim
πŸ”Š Zwemmen πŸ”Š Swimming
πŸ”Š Golf πŸ”Š Wave
πŸ”Š Zee πŸ”Š Sea
πŸ”Š Duin πŸ”Š Dune
πŸ”Š Zand πŸ”Š Sand
πŸ”Š Welk weer voorspellen ze voor morgen? πŸ”Š What is the weather forecast for tomorrow?
πŸ”Š Het weer gaat veranderen πŸ”Š The weather is going to change
πŸ”Š Het gaat regenen πŸ”Š It is going to rain
πŸ”Š Het wordt zonnig πŸ”Š It will be sunny
πŸ”Š Het wordt erg winderig πŸ”Š It will be very windy
πŸ”Š Zwempak πŸ”Š Swimming suit
πŸ”Š Schaduw πŸ”Š Sunshade
17 - In geval van problemen
πŸ”Š Kunt u me helpen, alstublieft? πŸ”Š Can you help me, please?
πŸ”Š Ik ben de weg kwijt πŸ”Š I'm lost
πŸ”Š Wat wenst u? πŸ”Š What would you like?
πŸ”Š Wat is er gebeurd? πŸ”Š What happened?
πŸ”Š Waar kan ik een tolk vinden? πŸ”Š Where could I find an interpreter?
πŸ”Š Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? πŸ”Š Where is the nearest chemist's shop?
πŸ”Š Kunt u een dokter bellen, alstublieft? πŸ”Š Can you call a doctor, please
πŸ”Š Welke behandeling krijgt u op dit moment? πŸ”Š Which kind of treatment are you undergoing at the moment?
πŸ”Š Een ziekenhuis πŸ”Š a hospital
πŸ”Š Een apotheek πŸ”Š a chemist's
πŸ”Š Een dokter πŸ”Š a doctor
πŸ”Š Medische dienst πŸ”Š Medical department
πŸ”Š Ik ben mijn papieren kwijt πŸ”Š I lost my papers
πŸ”Š Mijn papieren zijn gestolen πŸ”Š My papers have been stolen
πŸ”Š Bureau voor gevonden voorwerpen πŸ”Š Lost-property office
πŸ”Š Hulppost πŸ”Š First-aid station
πŸ”Š Nooduitgang πŸ”Š Emergency exit
πŸ”Š De Politie πŸ”Š The police
πŸ”Š Identiteitsbewijs πŸ”Š Papers
πŸ”Š Geld πŸ”Š Money
πŸ”Š Paspoort πŸ”Š Passport
πŸ”Š Bagage πŸ”Š Luggage
πŸ”Š Nee dank u, ik heb geen interesse πŸ”Š I'm ok, thanks
πŸ”Š Laat me met rust! πŸ”Š Leave me alone!
πŸ”Š Ga weg! πŸ”Š Go away!

Beginnen

Download MP3 en PDF bestand