Italiaans Woordenschat

1 - Belangrijke uitdrukkingen
🔊 Goedendag 🔊 Buongiorno
🔊 Goedenavond 🔊 Buonasera
🔊 Tot ziens 🔊 Arrivederci
🔊 Tot straks 🔊 A dopo
🔊 Ja 🔊 Sì
🔊 Nee 🔊 No
🔊 Alstublieft 🔊 Per favore!
🔊 Dank u 🔊 Grazie
🔊 Dank u wel 🔊 Grazie mille
🔊 Bedankt voor uw hulp 🔊 Grazie per il suo aiuto
🔊 Graag gedaan 🔊 Prego
🔊 Okee 🔊 Va bene
🔊 Hoeveel kost dat? 🔊 Quanto costa, per favore?
🔊 Pardon! 🔊 Mi scusi !
🔊 Ik begrijp het niet 🔊 Non ho capito
🔊 Ik heb het begrepen 🔊 Ho capito
🔊 Ik weet het niet 🔊 Non so
🔊 Verboden 🔊 Vietato
🔊 Waar zijn de toiletten, alstublieft? 🔊 Dov'è il bagno per favore ?
🔊 Gelukkig Nieuwjaar! 🔊 Buon anno!
🔊 Gelukkige verjaardag! 🔊 Buon compleanno!
🔊 Prettige feesten! 🔊 Buone feste!
🔊 Gefeliciteerd! 🔊 Congratulazioni!
2 - Gesprek
🔊 Hallo. Hoe gaat het? 🔊 Buongiorno. Come stai ?
🔊 Hallo. Het gaat goed, dank je 🔊 Buongiorno. Bene, grazie
🔊 Spreek je Italiaans ? 🔊 Parli italiano ?
🔊 Nee, ik spreek geen Italiaans 🔊 No, non parlo italiano
🔊 Slechts een klein beetje 🔊 Soltanto un po'
🔊 Waar kom je vandaan? 🔊 Di dove sei ?
🔊 Wat is je nationaliteit? 🔊 Di che nazionalità sei?
🔊 Ik ben Hollands 🔊 Sono olandese
🔊 En jij, woon je hier? 🔊 E tu, vivi qui?
🔊 Ja, ik woon hier 🔊 Si, abito qui
🔊 Ik heet Sarah, en jij? 🔊 Mi chiamo Sara, e tu ?
🔊 Julien 🔊 Giuliano
🔊 Wat doe je hier? 🔊 Che fai qui?
🔊 Ik ben op vakantie 🔊 Sono in vacanza
🔊 Wij zijn op vakantie 🔊 Siamo in vacanza
🔊 Ik ben op zakenreis 🔊 Sono in viaggio d'affari
🔊 Ik werk hier 🔊 Lavoro qui
🔊 Wij werken hier 🔊 Lavoriamo qui
🔊 Wat zijn de goeie plekjes om te eten? 🔊 Dove mi consigli di andare a mangiare?
🔊 Is er een museum in de buurt? 🔊 C'è un museo qui vicino?
🔊 Waar kan ik internetverbinding maken? 🔊 Dove posso collegarmi a internet?
3 - Leren
🔊 Wil je enkele woorden leren? 🔊 Vuoi imparare un po' di vocabolario ?
🔊 Okee! 🔊 Con piacere!
🔊 Hoe heet dat? 🔊 Come si chiama ?
🔊 Dat is een tafel 🔊 È un tavolo
🔊 Een tafel, begrijp je? 🔊 Un tavolo, hai capito ?
🔊 Ik begrijp het niet 🔊 Non ho capito
🔊 Kan je dat alsjeblieft herhalen? 🔊 Puoi ripetere per favore ?
🔊 Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? 🔊 Puoi parlare più lentamente?
🔊 Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? 🔊 Potresti scriverlo per favore?
🔊 Ik heb het begrepen 🔊 Ho capito
4 - Kleuren
🔊 Ik vind de kleur van deze tafel mooi 🔊 Mi piace il colore di questo tavolo
🔊 Het is rood 🔊 È rosso
🔊 Blauw 🔊 Blu
🔊 Geel 🔊 Giallo
🔊 Wit 🔊 Bianco
🔊 Zwart 🔊 Nero
🔊 Groen 🔊 Verde
🔊 Oranje 🔊 Arancione
🔊 Paars 🔊 Viola
🔊 Grijs 🔊 Grigio
5 - Getallen
🔊 Nul 🔊 Zero
🔊 Een 🔊 Uno
🔊 Twee 🔊 Due
🔊 Drie 🔊 Tre
🔊 Vier 🔊 Quattro
🔊 Vijf 🔊 Cinque
🔊 Zes 🔊 Sei
🔊 Zeven 🔊 Sette
🔊 Acht 🔊 Otto
🔊 Negen 🔊 Nove
🔊 Tien 🔊 Dieci
🔊 Elf 🔊 Undici
🔊 Twaalf 🔊 Dodici
🔊 Dertien 🔊 Tredici
🔊 Veertien 🔊 Quattordici
🔊 Vijftien 🔊 Quindici
🔊 Zestien 🔊 Sedici
🔊 Zeventien 🔊 Diciassette
🔊 Achttien 🔊 Diciotto
🔊 Negentien 🔊 Diciannove
🔊 Twintig 🔊 Venti
🔊 Eenentwintig 🔊 Ventuno
🔊 Tweeëntwintig 🔊 Ventidue
🔊 Drieëntwintig 🔊 Ventitre
🔊 Vierentwintig 🔊 Ventiquattro
🔊 Vijfentwintig 🔊 Venticinque
🔊 Zesentwintig 🔊 Ventisei
🔊 Zevenentwintig 🔊 Ventisette
🔊 Achtentwintig 🔊 Ventotto
🔊 Negenentwintig 🔊 Ventinove
🔊 Dertig 🔊 Trenta
🔊 Eenendertig 🔊 Trentuno
🔊 Tweeëndertig 🔊 Trentadue
🔊 Drieëndertig 🔊 Trentatre
🔊 Vierendertig 🔊 Trentaquattro
🔊 Vijfendertig 🔊 Trentacinque
🔊 Zesendertig 🔊 Trentasei
🔊 Veertig 🔊 Quaranta
🔊 Vijftig 🔊 Cinquanta
🔊 Zestig 🔊 Sessanta
🔊 Zeventig 🔊 Settanta
🔊 Tachtig 🔊 Ottanta
🔊 Negentig 🔊 Novanta
🔊 Honderd 🔊 Cento
🔊 Honderd vijf 🔊 Cento-cinque
🔊 Tweehonderd 🔊 Duecento
🔊 Driehonderd 🔊 Trecento
🔊 Vierhonderd 🔊 Quattrocento
🔊 Duizend 🔊 Mille
🔊 Vijftienhonderd 🔊 Millecinquecento
🔊 Tweeduizend 🔊 Duemila
🔊 Tienduizend 🔊 Diecimila
6 - Tijdsaanduidingen
🔊 Wanneer ben je aangekomen? 🔊 Da quando sei qui?
🔊 Vandaag 🔊 Da oggi
🔊 Gisteren 🔊 Da ieri
🔊 Twee dagen geleden 🔊 Da due giorni
🔊 Hoe lang blijf je? 🔊 Quanto tempo resti ?
🔊 Ik vertrek morgen 🔊 Riparto domani
🔊 Ik vertrek overmorgen 🔊 Riparto dopodomani
🔊 Ik vertrek over drie dagen 🔊 Riparto tra tre giorni
🔊 Maandag 🔊 Lunedì
🔊 Dinsdag 🔊 Martedì
🔊 Woensdag 🔊 Mercoledì
🔊 Donderdag 🔊 Giovedì
🔊 Vrijdag 🔊 Venerdì
🔊 Zaterdag 🔊 Sabato
🔊 Zondag 🔊 Domenica
🔊 Januari 🔊 Gennaio
🔊 Februari 🔊 Febbraio
🔊 Maart 🔊 Marzo
🔊 April 🔊 Aprile
🔊 Mei 🔊 Maggio
🔊 Juni 🔊 Giugno
🔊 Juli 🔊 Luglio
🔊 Augustus 🔊 Agosto
🔊 September 🔊 Settembre
🔊 Oktober 🔊 Ottobre
🔊 November 🔊 Novembre
🔊 December 🔊 Dicembre
🔊 Hoe laat vertrek je? 🔊 A che ora parti ?
🔊 Om acht uur 's ochtends 🔊 La mattina, alle otto
🔊 Om kwart over acht 's ochtends 🔊 La mattina, alle otto e un quarto
🔊 Om half negen 's ochtends 🔊 La mattina, alle otto e trenta
🔊 Om kwart voor negen 's ochtends 🔊 La mattina, alle otto e quarantacinque
🔊 Om zes uur 's avonds 🔊 La sera, alle diciotto
🔊 Ik ben laat 🔊 Sono in ritardo
7 - Taxi
🔊 Taxi! 🔊 Taxi!
🔊 Waar wilt u naartoe? 🔊 Dove vuole andare?
🔊 Ik ga naar het station 🔊 Vado alla stazione
🔊 Ik ga naar het hotel Dag en Nacht 🔊 Vado all'hotel Giorno e Notte
🔊 Kunt u me naar de luchthaven brengen? 🔊 Mi puo' portare all'aeroporto?
🔊 Kunt u mijn bagage nemen? 🔊 Puo' prendere i miei bagagli?
🔊 Is het ver van hier? 🔊 È lontano da qui ?
🔊 Nee, het is vlakbij 🔊 No è vicino
🔊 Ja, het is iets verder weg 🔊 Sì è un po' più lontano
🔊 Hoeveel zal het kosten? 🔊 Quanto costa?
🔊 Breng me hiernaartoe, alstublieft 🔊 Mi porti qui per favore
🔊 Het is rechts 🔊 A destra
🔊 Het is links 🔊 A sinistra
🔊 Het is rechtdoor 🔊 Dritto
🔊 Het is hier 🔊 È qui
🔊 Het is die kant uit 🔊 È di là
🔊 Stop! 🔊 Alt!
🔊 Neem uw tijd 🔊 Faccia con comodo
🔊 Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? 🔊 Mi puo' fare una ricevuta per favore?
8 - Familie
🔊 Heb je familie hier? 🔊 Hai dei parenti qui?
🔊 Mijn vader 🔊 Mio padre
🔊 Mijn moeder 🔊 Mia madre
🔊 Mijn zoon 🔊 Mio figlio
🔊 Mijn dochter 🔊 Mia figlia
🔊 Een broer 🔊 Un fratello
🔊 Een zus 🔊 Una sorella
🔊 Een vriend 🔊 Un amico
🔊 Een vriendin 🔊 Un'amica
🔊 Mijn vriend 🔊 Il mio ragazzo
🔊 Mijn vriendin 🔊 La mia ragazza
🔊 Mijn man 🔊 Mio marito
🔊 Mijn vrouw 🔊 Mia moglie
9 - Gevoelens
🔊 Ik hou erg van jouw land 🔊 Il tuo paese mi piace molto
🔊 Ik hou van je 🔊 Ti amo
🔊 Ik ben blij 🔊 Sono felice
🔊 Ik ben verdrietig 🔊 Sono triste
🔊 Ik voel me goed hier 🔊 Sto bene qui
🔊 Ik heb koud 🔊 Sento freddo
🔊 Ik heb warm 🔊 Sento caldo
🔊 Het is te groot 🔊 È' troppo grande
🔊 Het is te klein 🔊 È troppo piccolo
🔊 Het is perfect 🔊 È perfetto
🔊 Wil je vanavond uit? 🔊 Vuoi uscire stasera?
🔊 Ik zou graag uitgaan vanavond 🔊 Vorrei uscire stasera
🔊 Dat is een goed idee 🔊 È una buon'idea
🔊 Ik wil me amuseren 🔊 Ho voglia di divertirmi
🔊 Dat is geen goed idee 🔊 Non è una buon'idea
🔊 Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond 🔊 Non ho voglia di uscire stasera
🔊 Ik wil rusten 🔊 Ho voglia di riposarmi
🔊 Wil je sporten? 🔊 Vuoi fare sport?
🔊 Ik heb ontspanning nodig 🔊 Sì, ho bisogno di sfogarmi!
🔊 Ik speel tennis 🔊 Io gioco a tennis
🔊 Nee bedankt, ik ben erg moe 🔊 No grazie, sono abbastanza stanco
10 - Bar
🔊 De bar 🔊 Il bar
🔊 Wil je iets drinken? 🔊 Vuoi bere qualcosa?
🔊 Drinken 🔊 Bere
🔊 Glas 🔊 Bicchiere
🔊 Ja, graag 🔊 Con piacere
🔊 Wat wil je? 🔊 Che cosa prendi?
🔊 Waar kan ik uit kiezen? 🔊 Che cosa c'è da bere ?
🔊 Er is water of vruchtensap 🔊 C'è dell' acqua o dei succhi di frutta
🔊 Water 🔊 Acqua
🔊 Kunt u er ijsblokjes bij doen? 🔊 Puo' aggiungere un po' di ghiaccio per favore?
🔊 Ijsblokjes 🔊 Un po' di ghiaccio?
🔊 Chocolademelk 🔊 Una cioccolata
🔊 Melk 🔊 Del latte
🔊 Thee 🔊 Del tè
🔊 Koffie 🔊 Del caffè
🔊 Met suiker 🔊 Con zucchero
🔊 Met melk 🔊 Con panna
🔊 Wijn 🔊 Del vino
🔊 Bier 🔊 Una birra
🔊 Een thee, graag 🔊 Un tè, per favore
🔊 Een biertje, graag 🔊 Una birra per favore
🔊 Wat wilt u drinken? 🔊 Cosa vuoi bere ?
🔊 Twee thee's, graag 🔊 Due tè per favore
🔊 Twee biertjes, graag 🔊 Due birre per favore
🔊 Niets, dank u 🔊 Niente, grazie
🔊 Proost 🔊 Alla tua
🔊 Santé! 🔊 Salute
🔊 De rekening, alstublieft! 🔊 Il conto per favore
🔊 Hoeveel kost dat ? 🔊 Quanto Le devo, per favore ?
🔊 Twintig euro 🔊 Venti Euro
🔊 Ik trakteer je 🔊 È per me
11 - Restaurant
🔊 Het restaurant 🔊 Il ristorante
🔊 Wil je iets eten? 🔊 Vuoi mangiare?
🔊 Ja, graag 🔊 Sì, ne ho voglia
🔊 Eten 🔊 Mangiare
🔊 Waar kunnen we eten? 🔊 Dove possiamo mangiare?
🔊 Waar kunnen we lunchen? 🔊 Dove possiamo pranzare?
🔊 Het avondmaal 🔊 La cena
🔊 Het ontbijt 🔊 La prima colazione
🔊 Excuseer! 🔊 Per favore !
🔊 De menukaart, alstublieft! 🔊 Il menu per favore!
🔊 Hier is de menukaart! 🔊 Ecco il menu!
🔊 Eet je liever vlees of vis? 🔊 Cosa preferisci? Carne o pesce?
🔊 Met rijst 🔊 Con riso
🔊 Met pasta 🔊 Con pasta
🔊 Aardappels 🔊 Delle patate
🔊 Groenten 🔊 Della verdura
🔊 Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje 🔊 Delle uova strapazzate - al tegamino - o alla coque
🔊 Brood 🔊 Del pane
🔊 Boter 🔊 Del burro
🔊 Een salade 🔊 Un'insalata
🔊 Een toetje 🔊 Un dolce
🔊 Fruit 🔊 Della frutta
🔊 Hebt u een mes, alstublieft? 🔊 Ha un coltello per favore?
🔊 Ja, ik breng er u onmiddellijk een 🔊 Sì, glielo porto subito
🔊 Een mes 🔊 Un coltello
🔊 Een vork 🔊 Una forchetta
🔊 Een lepel 🔊 Un cucchiaio
🔊 Is dit een warme schotel? 🔊 È un piatto caldo?
🔊 Ja, en erg pikant ook! 🔊 Sì, ed anche molto speziato!
🔊 Warm 🔊 Caldo
🔊 Koud 🔊 Freddo
🔊 Pikant 🔊 Speziato
🔊 Ik neem vis! 🔊 Prenderò il pesce!
🔊 Ik ook 🔊 Anch'io
12 - Afscheid nemen
🔊 Het is laat! Ik moet nu weggaan! 🔊 È tardi ! Devo andare!
🔊 Kunnen we elkaar weerzien? 🔊 Ci rivedremo ?
🔊 Ja, leuk! 🔊 Sì, certamente
🔊 Ik woon op dit adres 🔊 Abito a quest'indirizzo
🔊 Heb je een telefoonnummer? 🔊 Hai un numero di telefono?
🔊 Ja, dit is het 🔊 Sì, eccolo
🔊 Ik vond het gezellig 🔊 Ho trascorso un momento piacevole con te
🔊 Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken 🔊 Anch'io, mi ha fatto piacere incontrarti
🔊 We zien elkaar snel weer 🔊 Ci rivedremo presto
🔊 Ik hoop het ook 🔊 Lo spero anch'io
🔊 Tot ziens! 🔊 Arrivederci
🔊 Tot morgen 🔊 A domani
🔊 Dag! 🔊 Ciao
13 - Vervoer
🔊 Pardon, ik zoek de bushalte 🔊 Per favore ! Cerco la fermata dell'autobus
🔊 Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? 🔊 Quanto costa il biglietto per La Città del Sole per favore?
🔊 Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? 🔊 Dove va questo treno per favore?
🔊 Stopt deze trein in Zonstad? 🔊 Questo treno si ferma alla Città del Sole?
🔊 Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? 🔊 Quando parte il treno per la Città del Sole?
🔊 Wanneer komt de trein aan in Zonstad? 🔊 Quando arriva il treno per la Città del Sole?
🔊 Een kaartje voor Zonstad, alstublieft 🔊 Un biglietto per La Città del Sole per favore
🔊 Hebt u de dienstregeling van de trein? 🔊 Conosce l'orario dei treni?
🔊 De dienstregeling van de bus 🔊 L'orario degli autobus
🔊 Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? 🔊 Qual è il treno per La Città del Sole per favore?
🔊 Die trein 🔊 È quello
🔊 Dank u 🔊 Grazie
🔊 Graag gedaan. Goede reis! 🔊 Di niente. Buon Viaggio
🔊 De (repareer)garage 🔊 Il meccanico
🔊 Het benzinestation 🔊 La pompa di benzina
🔊 Voltanken, alstublieft 🔊 Il pieno, per favore
🔊 Fiets 🔊 Bici
🔊 Het stadscentrum 🔊 Il centro città
🔊 De voorstad 🔊 La periferia
🔊 Het is een stad 🔊 È una grande città
🔊 Het is een dorp 🔊 È un paese
🔊 Een berg 🔊 Una montagna
🔊 Een meer 🔊 Un lago
🔊 Het platteland 🔊 La campagna
14 - Hotel
🔊 Het hotel 🔊 L'hotel
🔊 Appartement 🔊 Appartamento
🔊 Welkom! 🔊 Benvenuti!
🔊 Hebt u een kamer vrij? 🔊 Ha una camera libera?
🔊 Is er een badkamer in de kamer? 🔊 È una camera con bagno?
🔊 Verkiest u twee eenpersoonsbedden? 🔊 Preferisce due letti separati?
🔊 Wenst u een kamer met een dubbel bed? 🔊 Desidera una camera doppia?
🔊 Kamer met bad - met balkon - met douche 🔊 Camera con vasca da bagno- con doccia- con balcone
🔊 Kamer met ontbijt 🔊 Camera con la prima colazione
🔊 Wat is de prijs voor één nacht? 🔊 Qual è il prezzo per una notte?
🔊 Ik zou graag eerst de kamer zien 🔊 Prima vorrei vedere la camera, per favore!
🔊 Ja, natuurlijk 🔊 Sì, certo!
🔊 Dank u, de kamer is erg mooi 🔊 Grazie, la camera va benissimo.
🔊 Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? 🔊 Va bene, posso prenotare per questa sera?
🔊 Het is wat te duur voor mij, bedankt 🔊 La ringrazio, ma è troppo cara per me
🔊 Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? 🔊 Puo' prendere i miei bagagli, per favore?
🔊 Waar is mijn kamer, alstublieft? 🔊 Dove si trova la mia camera, per favore?
🔊 Het is op de eerste verdieping 🔊 È al primo piano
🔊 Is er een lift? 🔊 C'è un ascensore?
🔊 De lift is aan uw linkerkant 🔊 L'ascensore è alla sua sinistra
🔊 De lift is aan uw rechterkant 🔊 L'ascensore è alla sua destra
🔊 Waar is de wasserij, alstublieft? 🔊 Dov'è la lavanderia?
🔊 Het is op de gelijkvloerse verdieping 🔊 È al pianterreno.
🔊 De begane grond 🔊 Pianterreno.
🔊 Kamer 🔊 Camera
🔊 Droogkuis 🔊 Lavanderia
🔊 Kapsalon 🔊 Parrucchiere
🔊 Autoparking 🔊 Parcheggio auto
🔊 We zien elkaar in de vergaderzaal? 🔊 Vediamoci nella sala conferenze?
🔊 De vergaderzaal 🔊 La sala di riunione
🔊 Het zwembad is verwarmd 🔊 La piscina è riscaldata
🔊 Het zwembad 🔊 La piscina
🔊 Maak me wakker om 7 uur, alstublieft 🔊 Mi svegli alle sette per favore
🔊 De sleutel, alstublieft 🔊 La chiave per favore
🔊 De pas, alstublieft 🔊 Il pass per favore
🔊 Zijn er berichten voor mij? 🔊 Ci sono messaggi per me?
🔊 Ja, alstublieft 🔊 Sì, eccoli
🔊 Nee, we hebben niets voor u ontvangen 🔊 No, non ha ricevuto nulla
🔊 Waar kan ik wisselgeld krijgen? 🔊 Dove posso cambiare i soldi in spiccioli?
🔊 Kunt u mij wisselgeld geven? 🔊 Mi puo' cambiare i soldi in spiccioli per favore?
🔊 Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? 🔊 Possiamo cambiarle i soldi. Quanti ne vuole cambiare?
15 - Een persoon zoeken
🔊 Is Sarah hier, alstublieft? 🔊 C'è Sara per favore ?
🔊 Ja, ze is hier 🔊 Sì, è qui
🔊 Ze is weg 🔊 È uscita
🔊 U kunt haar bellen op haar mobiel 🔊 Puo' chiamarla al cellulare
🔊 Weet u waar ik haar kan vinden? 🔊 Sa dove posso trovarla?
🔊 Ze is op haar werk 🔊 È andata al lavoro
🔊 Ze is thuis 🔊 È a casa sua
🔊 Is Julien hier, alstublieft? 🔊 C'è Giuliano per favore ?
🔊 Ja, hij is hier 🔊 Sì, è qui
🔊 Hij is weg 🔊 È uscito
🔊 Weet u waar ik hem kan vinden? 🔊 Sa dove posso trovarlo?
🔊 U kunt hem bellen op zijn mobiel 🔊 Puo' chiamarlo al cellulare
🔊 Hij is op zijn werk 🔊 È andato al lavoro
🔊 Hij is thuis 🔊 È a casa sua
16 - Strand
🔊 Het strand 🔊 La spiaggia
🔊 Weet u waar ik een bal kan kopen? 🔊 Sa dove posso comprare un palloncino?
🔊 Er is een winkel in die richting 🔊 C'è un negozio da questa parte
🔊 Een bal 🔊 Un palloncino
🔊 Een verrekijker 🔊 Un binocolo
🔊 Een pet 🔊 Un berretto
🔊 Een handdoek 🔊 Asciugamano
🔊 Sandalen 🔊 Sandali
🔊 Een emmer 🔊 Secchiello
🔊 Zonnecrème 🔊 Crema solare
🔊 Zwembroek 🔊 Costume da bagno maschile
🔊 Zonnebril 🔊 Occhiali da sole
🔊 Schaaldieren 🔊 Crostaceo
🔊 Zonnebaden 🔊 Fare un bagno di sole
🔊 Zonnig 🔊 Assolato
🔊 Zonsondergang 🔊 Tramonto
🔊 Parasol 🔊 Ombrellone
🔊 Zon 🔊 Sole
🔊 Zonneslag 🔊 Insolazione
🔊 Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? 🔊 È pericoloso nuotare qui?
🔊 Nee, het is niet gevaarlijk 🔊 No, non è pericoloso
🔊 Ja, het is verboden om hier te zwemmen 🔊 Sì, è vietato farsi il bagno qui
🔊 Zwemmen 🔊 Nuotare
🔊 Zwemmen 🔊 Nuoto
🔊 Golf 🔊 Onda
🔊 Zee 🔊 Mare
🔊 Duin 🔊 Duna
🔊 Zand 🔊 Sabbia
🔊 Welk weer voorspellen ze voor morgen? 🔊 Quali sono le previsioni metereologiche per domani?
🔊 Het weer gaat veranderen 🔊 Il tempo sta cambiando
🔊 Het gaat regenen 🔊 Pioverà
🔊 Het wordt zonnig 🔊 Ci sarà il sole
🔊 Het wordt erg winderig 🔊 Ci sarà molto vento
🔊 Zwempak 🔊 Costume da bagno
🔊 Schaduw 🔊 Ombra
17 - In geval van problemen
🔊 Kunt u me helpen, alstublieft? 🔊 Mi può aiutare per favore ?
🔊 Ik ben de weg kwijt 🔊 Mi sono perso
🔊 Wat wenst u? 🔊 Cosa desidera?
🔊 Wat is er gebeurd? 🔊 Che è successo?
🔊 Waar kan ik een tolk vinden? 🔊 Dove posso trovare un interprete?
🔊 Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? 🔊 Dov'è la farmacia più vicina?
🔊 Kunt u een dokter bellen, alstublieft? 🔊 Puo' chiamare un medico per favore?
🔊 Welke behandeling krijgt u op dit moment? 🔊 Che cura segue al momento?
🔊 Een ziekenhuis 🔊 Un ospedale
🔊 Een apotheek 🔊 Una farmacia
🔊 Een dokter 🔊 Un medico
🔊 Medische dienst 🔊 Servizio medico
🔊 Ik ben mijn papieren kwijt 🔊 Ho perso i documenti
🔊 Mijn papieren zijn gestolen 🔊 Mi hanno rubato i documenti
🔊 Bureau voor gevonden voorwerpen 🔊 Ufficio degli oggetti smarriti
🔊 Hulppost 🔊 Posto di soccorso
🔊 Nooduitgang 🔊 Uscita di sicurezza
🔊 De Politie 🔊 La polizia
🔊 Identiteitsbewijs 🔊 Documenti
🔊 Geld 🔊 Soldi
🔊 Paspoort 🔊 Passaporto
🔊 Bagage 🔊 Bagagli
🔊 Nee dank u, ik heb geen interesse 🔊 No, grazie
🔊 Laat me met rust! 🔊 Lasciami in pace !
🔊 Ga weg! 🔊 Vattene !