Woordenschat > Slovaaks

1 - Belangrijke uitdrukkingen

Belangrijke uitdrukkingen
Quiz
Cursussen
1 Goedendag Dobrý deň
2 Enkel in de voormiddag Dobré ráno
3 Goedenavond Dobrý večer
4 Tot ziens Dovidenia
5 Tot straks Dovidenia
6 Ja Áno
7 Informele uitdrukkingen No
8 Nee Nie
9 Alstublieft Prosím
10 Dank u Ďakujem
11 Informele uitdrukkingen Díky
12 Dank u wel Ďakujem pekne
13 Informele uitdrukkingen Díky!
14 Bedankt voor uw hulp Ďakujem Vám za pomoc
15 Graag gedaan Prosím
16 Okee Súhlasím
17 Informele uitdrukkingen Platí
18 Hoeveel kost dat? Koľko to stojí, prosím?
19 Pardon! Prepáčte!
20 Ik begrijp het niet Nerozumiem
21 Ik heb het begrepen Rozumel som
22 Als het een vrouw is die spreekt Rozumela som
23 Ik weet het niet Neviem
24 Verboden Zakázané
25 Waar zijn de toiletten, alstublieft? Kde sú záchody, prosím?
26 Gelukkig Nieuwjaar! Šťastný a veselý nový rok!
27 Gelukkige verjaardag! Všetko nejlepšie k narodeninám!
28 Prettige feesten! Veselé sviatky!
29 Gefeliciteerd! Blahoželám!



2 - Gesprek

Gesprek
Quiz
Cursussen
1 Hallo. Hoe gaat het? Dobrý deň. Ako sa máš?
2 Hallo. Het gaat goed, dank je Dobrý deň. Dobre. Ďakujem.
3 Spreek je Slovaaks? Hovoríš slovensky?
4 Nee, ik spreek geen Slovaaks Nie, nehovorím slovensky
5 Slechts een klein beetje Len trochu
6 Waar kom je vandaan? Odkiaľ si?
7 Wat is je nationaliteit? Akej si národnosti?
8 Ik ben Slovaaks Som Slovák
9 En jij, woon je hier? A ty žiješ tu?
10 Ja, ik woon hier Áno, žijem tu
11 Ik heet Sarah, en jij? Volám sa Sarah a ty?
12 Julien Julien
13 Wat doe je hier? Čo tu robiš?
14 Ik ben op vakantie Som na dovolenke
15 Wij zijn op vakantie Sme na dovolenke
16 Ik ben op zakenreis Som na služebnej ceste
17 Ik werk hier Pracujem tu
18 Wij werken hier Pracujeme tu
19 Wat zijn de goeie plekjes om te eten? Kde se dá dobre najesť?
20 Is er een museum in de buurt? Je tu nablízku nejaké múzeum?
21 Waar kan ik internetverbinding maken? Kde sa môžem pripojiť na Internet?



3 - Leren

Leren
Quiz
Cursussen
1 Wil je enkele woorden leren? Chceš sa naučiť pár slov?
2 Okee! Ano, súhlasím!
3 Hoe heet dat? Ako sa to volá?
4 Dat is een tafel Kde je stôl?
5 Een tafel, begrijp je? Stôl, rozumieš?
6 Ik begrijp het niet Nerozumiem
7 Kan je dat alsjeblieft herhalen? Zopakuj to prosím
8 Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? Môžeš hovoriť trochu pomalšie, prosím?
9 Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? Môžeš to napísať, prosím?
10 Ik heb het begrepen Rozumel som



4 - Kleuren

Kleuren
Quiz
Cursussen
1 Ik vind de kleur van deze tafel mooi Páči sa mi farba tohoto stolu
2 Het is rood To je červená
3 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Červený
4 Blauw Modrá
5 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Modrý
6 Geel Žltá
7 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Žltý
8 Wit Biela
9 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Biely
10 Zwart Čierna
11 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Čierny
12 Groen Zelená
13 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Zelený
14 Oranje Oranžová
15 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Oranžový
16 Paars Fialová
17 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Fialový
18 Grijs Sivá
19 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Sivý



5 - Getallen

Getallen
Quiz
Cursussen
1 Nul Nula
2 Een Jedna
3 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Jeden
4 Twee Dva
5 Drie Tri
6 Vier Štyri
7 Vijf Päť
8 Zes Šesť
9 Zeven Sedem
10 Acht Osem
11 Negen Deväť
12 Tien Desať
13 Elf Jedenácť
14 Twaalf Dvanácť
15 Dertien Trinácť
16 Veertien Štrnácť
17 Vijftien Pätnácť
18 Zestien Šestnácť
19 Zeventien Sedemnácť
20 Achttien Osemnácť
21 Negentien Devätnácť
22 Twintig Dvadsať
23 Eenentwintig Dvadsať jeden
24 Tweeëntwintig Dvadsať dva
25 Drieëntwintig Dvadsať tri
26 Vierentwintig Dvadsať štyri
27 Vijfentwintig Dvadsať päť
28 Zesentwintig Dvadsať šesť
29 Zevenentwintig Dvadsať sedem
30 Achtentwintig Dvadsaťosem
31 Negenentwintig Dvadsať deväť
32 Dertig Tridsať
33 Eenendertig Tridsať jedna
34 Tweeëndertig Tridsať dva
35 Drieëndertig Tridsať tri
36 Vierendertig Tridsať štyri
37 Vijfendertig Tridsať päť
38 Zesendertig Třicet šesť
39 Veertig Štyridsať
40 Vijftig Päťdesiat
41 Zestig Šesťdesiat
42 Zeventig Sedemdesiat
43 Tachtig Osemdesiat
44 Negentig Deväťdesiat
45 Honderd Sto
46 Honderd vijf Sto päť
47 Tweehonderd Dve sto
48 Driehonderd Tri sto
49 Vierhonderd Štyri sto
50 Duizend Tisíc
51 Vijftienhonderd Tisíc päť sto
52 Tweeduizend Dve tisíc
53 Tienduizend Desať tisíc



6 - Tijdsaanduidingen

Tijdsaanduidingen
Quiz
Cursussen
1 Wanneer ben je aangekomen? Kedy si sem prišiel?
2 Als de tolk een vrouw is Kedy si sem prišla?
3 Vandaag Dnes
4 Gisteren Včera
5 Twee dagen geleden Pred dvoma dňami
6 Hoe lang blijf je? Ako dlho tu zostaneš?
7 Ik vertrek morgen Odchádzam zajtra
8 Ik vertrek overmorgen Odchádzam napozajtra
9 Ik vertrek over drie dagen Odchádzam o tri dni
10 Maandag Pondelok
11 Dinsdag Utorok
12 Woensdag Streda
13 Donderdag Štvrtok
14 Vrijdag Piatok
15 Zaterdag Sobota
16 Zondag Nedeľa
17 Januari Január
18 Februari Február
19 Maart Marec
20 April Apríl
21 Mei Máj
22 Juni Jún
23 Juli Júl
24 Augustus August
25 September September
26 Oktober Október
27 November November
28 December December
29 Hoe laat vertrek je? V ktorej odchádzaš?
30 Om acht uur 's ochtends O ôsmej ráno
31 Om kwart over acht 's ochtends O štvrť na deväť ráno
32 Om half negen 's ochtends O pol deviatej ráno
33 Om kwart voor negen 's ochtends O tri štvrte na deväť ráno
34 Om zes uur 's avonds O šiestej večer
35 Ik ben laat Meškám



7 - Taxi

Taxi
Quiz
Cursussen
1 Taxi! Taxi!
2 Waar wilt u naartoe? Kam chcete odviezť?
3 Ik ga naar het station Idem na stanicu
4 Ik ga naar het hotel Dag en Nacht Idem na hotel deň a noc
5 Kunt u me naar de luchthaven brengen? Môžete ma odvieť na letisko?
6 Kunt u mijn bagage nemen? Môžete mi vziať batožinu?
7 Is het ver van hier? Je to odtiaľ ďaleko?
8 Nee, het is vlakbij Nie, je to kúsok
9 Ja, het is iets verder weg Ano, je to trochu ďalej
10 Hoeveel zal het kosten? Koľko to bude stáť?
11 Breng me hiernaartoe, alstublieft Odvezte ma tu, prosím
12 Het is rechts Vpravo
13 Het is links Vľavo
14 Het is rechtdoor Rovno
15 Het is hier Je to tu
16 Het is die kant uit Je to tam
17 Stop! Zastavte!
18 Andere formulering Stop!
19 Neem uw tijd Neponahľajte sa!
20 Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? Môžete mi, prosím, vystaviť účet?



8 - Gevoelens

Gevoelens
Quiz
Cursussen
1 Ik hou erg van jouw land Tvoja krajina sa mi veľmi páči
2 Ik hou van je Ľúbim Ťa
3 Mám Ťa rád
4 Ik ben blij Som šťastný
5 Als het een vrouw is die spreekt Som šťastná
6 Ik ben verdrietig Som smutný
7 Als het een vrouw is die spreekt Som smutná
8 Ik voel me goed hier Cítím sa tu dobre
9 Ik heb koud Je mi zima
10 Ik heb warm Je mi teplo
11 Het is te groot Je to veľmi veľké
12 Het is te klein Je to dosť malé
13 Het is perfect Je to perfektné
14 Synoniem Je to úžasné
15 Wil je vanavond uit? Chce dnes večer niekam ísť?
16 Ik zou graag uitgaan vanavond Dnes večer by som rád niekam šiel.
17 Als het een vrouw is die spreekt Dnes večer by som rada niekam šla.
18 Dat is een goed idee To je dobrý nápad
19 Ik wil me amuseren Mám chuť sa isť zabaviť
20 Dat is geen goed idee To nie je dobrý nápad
21 Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond Dnes večer sa mi nikam nechce
22 Ik wil rusten Chcem odpočívať
23 Wil je sporten? Chceš ísť športovať?
24 Ik heb ontspanning nodig Áno, potrebujem vybiť energiu
25 Ik speel tennis Hrám tenis
26 Nee bedankt, ik ben erg moe Nie, ďakujem. Som príliš unavený
27 Als het een vrouw is die spreekt Nie, ďakujem. Som príliš unavená



9 - Familie

Familie
Quiz
Cursussen
1 Heb je familie hier? Máš tu rodinu?
2 Mijn vader Môj otec
3 Mijn moeder Moja matka
4 Mijn zoon Môj syn
5 Mijn dochter Moja dcéra
6 Een broer Brat
7 Een zus Sestra
8 Een vriend Priateľ
9 Synoniem Kamarád
10 Een vriendin Priateľka
11 Synoniem Kamarádka
12 Mijn vriend Môj priateľ
13 Mijn vriendin Moja priateľka
14 Mijn man Môj manžel
15 Synoniem Môj muž
16 Mijn vrouw Má manželka
17 Synoniem Moja žena



10 - Bar

Bar
Quiz
Cursussen
1 De bar Bar
2 Andere formulering Krčma
3 Wil je iets drinken? Dáš si niečo aq pitie?
4 Drinken Piť
5 Glas Pohár
6 Ja, graag Rád
7 Wat wil je? Čo si dáš?
8 Waar kan ik uit kiezen? Čo majú na pitie?
9 Er is water of vruchtensap Vodu alebo ovocné džúsy
10 Water Voda
11 Kunt u er ijsblokjes bij doen? Môžete mi pridať ľad, prosím?
12 Ijsblokjes Ľad
13 Chocolademelk Čokoláda
14 Melk Mlieko
15 Thee Čaj
16 Koffie Káva
17 Met suiker S cukrom
18 Met melk So smotanou
19 Wijn Víno
20 Bier Pivo
21 Een thee, graag Čaj, prosím
22 Een biertje, graag Pivo, prosím
23 Wat wilt u drinken? Co si dáte na pitie?
24 Twee thee's, graag Dva čaje, prosím!
25 Twee biertjes, graag Dve pivá, prosím
26 Niets, dank u Ďakujem, nič
27 Proost Na zdravie
28 Santé! Na zdravie
29 De rekening, alstublieft! Účet, prosím!
30 Hoeveel kost dat ? Koľko vám dlžím prosím?
31 Twintig euro Dvadsať eúr
32 Ik trakteer je Pozývam Ťa



11 - Restaurant

Restaurant
Quiz
Cursussen
1 Het restaurant Reštaurácia
2 Wil je iets eten? Chceš niečo jesť?
3 Ja, graag Áno, rád.
4 Als het een vrouw is die spreekt Áno, rada.
5 Eten Jesť
6 Waar kunnen we eten? Kde se môžeme najesť?
7 Waar kunnen we lunchen? Kde si môžeme naobedovať?
8 Het avondmaal Večera
9 Het ontbijt Raňajky
10 Excuseer! Prosím!
11 De menukaart, alstublieft! Jedálny lístok, prosím!
12 Hier is de menukaart! Tu máte jedálny lístok!
13 Eet je liever vlees of vis? Čo máš radšej? Mäso alebo ryby?
14 Met rijst S ryžou
15 Met pasta S cestovinami
16 Aardappels Zemiaky
17 Groenten Zelenina
18 Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje Praženica - Volské oká - Vajce na mäkko
19 Brood Pečivo
20 Boter Maslo
21 Een salade Šalát
22 Een toetje Koláč
23 Formele uitdrukking Dezert
24 Fruit Ovocie
25 Hebt u een mes, alstublieft? Môžete mi priniesť nôž, prosím?
26 Ja, ik breng er u onmiddellijk een Áno, hneď Vám ho prinesiem
27 Een mes Nôž
28 Een vork Vidlička
29 Een lepel Lyžica
30 Is dit een warme schotel? Je to teplé jedlo?
31 Ja, en erg pikant ook! Áno a veľmi pálivé!
32 Warm Teplý
33 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Teplá
34 Koud Studený
35 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Studená
36 Pikant Pálivý
37 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Pálivá
38 Ik neem vis! Dám si rybu!
39 Ik ook Ja tiež



12 - Afscheid nemen

Afscheid nemen
Quiz
Cursussen
1 Het is laat! Ik moet nu weggaan! Už je neskoro! Musím ísť!
2 Kunnen we elkaar weerzien? Môžme sa ešte niekedy stretnúť?
3 Ja, leuk! Áno, rada
4 Ik woon op dit adres Bývam na tejto adrese
5 Heb je een telefoonnummer? Dáš mi telefónne číslo?
6 Ja, dit is het Áno, tu je
7 Ik vond het gezellig Bolo mi s Tebou dobre
8 Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken Mne tiež, rada som Ťa poznala
9 We zien elkaar snel weer Skoro se opäť stretneme
10 Ik hoop het ook Tiež dúfam!
11 Tot ziens! Dovidenia!
12 Tot morgen Ahoj zajtra
13 Dag! Ahoj!



13 - Vervoer

Vervoer
Quiz
Cursussen
1 Pardon, ik zoek de bushalte Prosím Vás! Hľadám autobusovú stanicu
2 Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? Koľko stojí lístok do Slnečného mesta, prosím?
3 Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? Kam ide tento vlak, prosím?
4 Stopt deze trein in Zonstad? Stojí tento vlak v Slnečnom meste?
5 Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? Kedy odchádza vlak do Slunečného mesta?
6 Wanneer komt de trein aan in Zonstad? Kedy pride vlak idúci do Slnečného mesta?
7 Een kaartje voor Zonstad, alstublieft Jeden lístok do Slnečného mesta, prosím
8 Hebt u de dienstregeling van de trein? Máte vlakový cestovný poriadok?
9 De dienstregeling van de bus Autobusový cestovný poriadok
10 Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? Ktorý vlak ide do Slnečného mesta, prosím?
11 Die trein Tento
12 Dank u Ďakujem
13 Informele uitdrukkingen Díky
14 Graag gedaan. Goede reis! Není začo. Šťastnú cestu!
15 De (repareer)garage Autoservis
16 Het benzinestation Benzínka
17 Formele uitdrukking Pumpa
18 Voltanken, alstublieft Plnú nádrž, prosím
19 Fiets Bicykel
20 Het stadscentrum Centrum mesta
21 De voorstad Predmestie
22 Het is een stad Je to veľké mesto
23 Het is een dorp Je to dedina
24 Een berg Hory
25 Een meer Jazero
26 Het platteland Vidiek



14 - Een persoon zoeken

Een persoon zoeken
Quiz
Cursussen
1 Is Sarah hier, alstublieft? Je tu Sarah, prosím?
2 Ja, ze is hier Áno, je tu
3 Ze is weg Niekam šla
4 U kunt haar bellen op haar mobiel Môžete jej zavolať na mobil
5 Weet u waar ik haar kan vinden? Viete, kde ju nájdem?
6 Ze is op haar werk Je v práci
7 Ze is thuis Je doma
8 Is Julien hier, alstublieft? Je tu Julien, prosím?
9 Ja, hij is hier Áno, je tu
10 Hij is weg Niekam šiel
11 Weet u waar ik hem kan vinden? Viete, kde ho nájdem?
12 U kunt hem bellen op zijn mobiel Môžete mu zavolať na mobil
13 Hij is op zijn werk Je v práci
14 Hij is thuis Je doma



15 - Hotel

Hotel
Quiz
Cursussen
1 Het hotel Hotel
2 Appartement Byt
3 Welkom! Vítajte!
4 Hebt u een kamer vrij? Máte voľnú izbu?
5 Is er een badkamer in de kamer? Je v izbe kúpelňa?
6 Verkiest u twee eenpersoonsbedden? Chcete radšej dve samostatné postele?
7 Wenst u een kamer met een dubbel bed? Prajete si dvojlôžkovú posteľ?
8 Kamer met bad - met balkon - met douche Izba s vaňou - s balkónom - so sprchou
9 Kamer met ontbijt Izba s raňajkami
10 Wat is de prijs voor één nacht? Koľko stojí ubytovanie na jednu noc?
11 Ik zou graag eerst de kamer zien Mohol by som vidieť najprv izbu?
12 Als het een vrouw is die spreekt Mohla by som vidieť najprv izbu?
13 Ja, natuurlijk Áno, samozrejme!
14 Dank u, de kamer is erg mooi Ďakujem. Izba je veľmi pekná
15 Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? Možem rezervovať na dnes večer?
16 Het is wat te duur voor mij, bedankt Nie, ďakujem. Je to pro mňa príliš drahé.
17 Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? Môžete mi odniesť batožinu, prosím?
18 Waar is mijn kamer, alstublieft? Kde je moja izba, prosím?
19 Het is op de eerste verdieping Na prvnom poschodí
20 Is er een lift? Je tu výťah?
21 De lift is aan uw linkerkant Výťah je po Vašej ľavici
22 De lift is aan uw rechterkant Výťah je po Vašej pravici
23 Waar is de wasserij, alstublieft? Kde je prádelna?
24 Het is op de gelijkvloerse verdieping Na prízemí
25 De begane grond Prízemie
26 Kamer Izba
27 Droogkuis Čistiareň
28 Kapsalon Kaderníctvo
29 Autoparking Parkovisko pre autá
30 We zien elkaar in de vergaderzaal? Sme v zasadacej miestnosti?
31 De vergaderzaal Zasadacia miestnosť
32 Het zwembad is verwarmd Bazén je vyhrievaný
33 Het zwembad Bazén
34 Maak me wakker om 7 uur, alstublieft Zobuďte ma o 7 hodine, prosím
35 De sleutel, alstublieft Kľúč, prosím
36 De pas, alstublieft Kartičku, prosím
37 Zijn er berichten voor mij? Mám nejaké odkazy?
38 Ja, alstublieft Áno, tu sú
39 Nee, we hebben niets voor u ontvangen Nie, nemáte nemáte žiadny
40 Waar kan ik wisselgeld krijgen? Kde si môžem zmenit peniaze?
41 Kunt u mij wisselgeld geven? Môžete mi rozmeniť peniaze, prosím?
42 Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? Môžeme. Koľko chcete zmeniť?



16 - Strand

Strand
Quiz
Cursussen
1 Het strand Pláž
2 Weet u waar ik een bal kan kopen? Viete, kde se dá kúpiť lopta?
3 Er is een winkel in die richting Týmto smerom je obchod
4 Een bal Lopta
5 Een verrekijker Ďalekohled
6 Een pet Šiltovka
7 Een handdoek Uterák
8 Sandalen Sandále
9 Een emmer Vedro
10 Zonnecrème Opaľovací krém
11 Zwembroek Šortky
12 Zonnebril Slnečné okuliare
13 Schaaldieren Kôrovce
14 Zonnebaden Opaľovať sa
15 Zonnig Slnečný
16 Als de aangewezen persoon of het aangewezen voorwerp mannelijk is Slnečná
17 Zonsondergang Západ slnka
18 Parasol Slnečník
19 Zon Slnko
20 Zonneslag Úpal
21 Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? Je tu plávanie nebezpečné?
22 Nee, het is niet gevaarlijk Nie, to nie je nebezpečné
23 Ja, het is verboden om hier te zwemmen Áno, koupanie je tu zakázané
24 Zwemmen Plávať
25 Zwemmen Plávanie
26 Golf Vlna
27 Zee More
28 Duin Duna
29 Zand Piesok
30 Welk weer voorspellen ze voor morgen? Aké má býť zajtra počasie?
31 Het weer gaat veranderen Bude zmena počasia
32 Het gaat regenen Bude pršať
33 Het wordt zonnig Bude svietiť slniečko
34 Het wordt erg winderig Bude fúkať silný vietor
35 Zwempak Plavky
36 Schaduw Tieň



17 - In geval van problemen

In geval van problemen
Quiz
Cursussen
1 Kunt u me helpen, alstublieft? Môžete mi, prosím, pomocť?
2 Ik ben de weg kwijt Zablúdil som
3 Als het een vrouw is die spreekt Zablúdila som
4 Wat wenst u? Čo si želáte?
5 Wat is er gebeurd? Čo sa stalo?
6 Waar kan ik een tolk vinden? Kde nájdem tlmočníka?
7 Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? Kde je najbližšia lekáreň?
8 Kunt u een dokter bellen, alstublieft? Môžete zavolať lekára, prosím?
9 Welke behandeling krijgt u op dit moment? Aké lieky v súčasnosti beriete?
10 Een ziekenhuis Nemocnicq
11 Een apotheek Lekáreň
12 Een dokter Lekár
13 Informele uitdrukkingen Doktor
14 Medische dienst Lekarská služba
15 Ik ben mijn papieren kwijt Ztratil som doklady
16 Als het een vrouw is die spreekt Ztratila som doklady
17 Mijn papieren zijn gestolen Ukradli mi doklady
18 Bureau voor gevonden voorwerpen Ztraty a nálezy
19 Hulppost Stanica prvej pomoci
20 Nooduitgang Únikový východ
21 De Politie Polícia
22 Identiteitsbewijs Doklady
23 Geld Peniaze
24 Paspoort Pas
25 Bagage Batožina
26 Nee dank u, ik heb geen interesse Nie, ďakujem
27 Laat me met rust! Neotravujte ma!
28 Variant Dajte mi pokoj!
29 Ga weg! Choďte preč!
30 Andere formulering Odíďte!




Download MP3 en PDF bestand
MP3 + PDF

Download alle uitdrukkingen

Gratis demo



Beginnen

Download MP3 en PDF bestand