Spaans Woordenschat

Video om te luisteren naar de meest voorkomende woorden in het Spaans

Waarom en hoe leer je Spaanse woordenschat met audio?

Familiewaarden ( familiares ) zijn nog steeds zeer aanwezig in Spanje. Het is dus van essentieel belang dat u de namen van de verschillende familieleden begrijpt: moeder (madre), tante (tia), grootvader (abuelo), enz.

Omdat het een zeer toeristisch land is in de zomer, moet u wellicht weten hoe u uw route naar een taxi kunt aangeven die u naar het hotel brengt, en waar u kunt lunchen (ΒΏDΓ³nde podemos almorzar?). Deze woordenschatbladen ingedeeld op thema zullen u ongetwijfeld helpen om dit te doen!

Spaans is een prachtige zangtaal. Probeer regelmatig te luisteren naar shows of films in het Spaans zodat je je niveau niet verliest! Hier zijn een aantal bekende voorbeelden op categorie.

Selectie van inhoud om jezelf onder te dompelen in de Spaanstalige cultuur

Romans :

Uitzendingen/series :

Films

Nummers :

Generalistische TV-zenders :

  • La Sexta
  • Telecinco
  • TVE

Hier is een selectie van 400 nuttige woorden en uitdrukkingen om u op weg te helpen

Deze woorden en uitdrukkingen zijn gerangschikt op thema. Door op de knoppen Quiz of Cursussen te klikken, heb je gratis toegang tot de complete cursus in het Spaans. Door op de knop printer te klikken, kunt u alle uitdrukkingen van het thema afdrukken. Deze inhoud is gratis.
1 - Belangrijke uitdrukkingen
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Goedendag πŸ”Š Buenos días
πŸ”Š Goedenavond πŸ”Š Buenas tardes
πŸ”Š Tot ziens πŸ”Š Adiós
πŸ”Š Tot straks πŸ”Š Hasta Luego
πŸ”Š Ja πŸ”Š Sí
πŸ”Š Nee πŸ”Š No
πŸ”Š Alstublieft πŸ”Š Por favor!
πŸ”Š Dank u πŸ”Š Gracias
πŸ”Š Dank u wel πŸ”Š ¡Muchas gracias!
πŸ”Š Bedankt voor uw hulp πŸ”Š Gracias por su ayuda
πŸ”Š Graag gedaan πŸ”Š De nada
πŸ”Š Okee πŸ”Š De acuerdo
πŸ”Š Hoeveel kost dat? πŸ”Š ¿Cuánto cuesta?
πŸ”Š Pardon! πŸ”Š ¡Discúlpeme!
πŸ”Š Ik begrijp het niet πŸ”Š No comprendo
πŸ”Š Ik heb het begrepen πŸ”Š Comprendí
πŸ”Š Ik weet het niet πŸ”Š No sé
πŸ”Š Verboden πŸ”Š Prohibido
πŸ”Š Waar zijn de toiletten, alstublieft? πŸ”Š ¿Dónde están los baños?
πŸ”Š Gelukkig Nieuwjaar! πŸ”Š ¡Feliz año nuevo!
πŸ”Š Gelukkige verjaardag! πŸ”Š ¡Feliz cumpleaños!
πŸ”Š Prettige feesten! πŸ”Š ¡Felices fiestas!
πŸ”Š Gefeliciteerd! πŸ”Š ¡Felicidades!
2 - Gesprek
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Hallo. Hoe gaat het? πŸ”Š ¿Buenos días. Cómo estás?
πŸ”Š Hallo. Het gaat goed, dank je πŸ”Š Buenos días. Muy bien, gracias
πŸ”Š Spreek je Spaans? πŸ”Š ¿Hablas español?
πŸ”Š Nee, ik spreek geen Spaans πŸ”Š No, no hablo español
πŸ”Š Slechts een klein beetje πŸ”Š Sólo un poco
πŸ”Š Waar kom je vandaan? πŸ”Š ¿De qué país eres?
πŸ”Š Wat is je nationaliteit? πŸ”Š ¿Cual es tu nacionalidad?
πŸ”Š Ik ben Hollands πŸ”Š Soy holandés
πŸ”Š Ik ben Hollands πŸ”Š Soy holandesa
πŸ”Š En jij, woon je hier? πŸ”Š ¿Y tú, vives aquí?
πŸ”Š Ja, ik woon hier πŸ”Š Sí, vivo aquí
πŸ”Š Ik heet Sarah, en jij? πŸ”Š ¿Yo me llamo Zara, y tu?
πŸ”Š Julien πŸ”Š Juli?n
πŸ”Š Wat doe je hier? πŸ”Š ¿Qué estás haciendo aquí?
πŸ”Š Ik ben op vakantie πŸ”Š Estoy de vacaciones
πŸ”Š Wij zijn op vakantie πŸ”Š Estamos de vacaciones
πŸ”Š Ik ben op zakenreis πŸ”Š Estoy en viaje de trabajo
πŸ”Š Ik werk hier πŸ”Š Trabajo aquí
πŸ”Š Wij werken hier πŸ”Š Trabajamos aquí
πŸ”Š Wat zijn de goeie plekjes om te eten? πŸ”Š ¿Cuáles son los buenos lugares para comer?
πŸ”Š Is er een museum in de buurt? πŸ”Š ¿Hay algún museo en el barrio?
πŸ”Š Waar kan ik internetverbinding maken? πŸ”Š ¿Dónde puedo conseguir una conexión a internet?
3 - Leren
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Wil je enkele woorden leren? πŸ”Š ¿Quieres aprender algunas palabras?
πŸ”Š Okee! πŸ”Š ¡Sí!
πŸ”Š Hoe heet dat? πŸ”Š ¿Cómo se llama esto?
πŸ”Š Dat is een tafel πŸ”Š Es una mesa
πŸ”Š Een tafel, begrijp je? πŸ”Š Una mesa, ¿comprendes?
πŸ”Š Ik begrijp het niet πŸ”Š No comprendo
πŸ”Š Kan je dat alsjeblieft herhalen? πŸ”Š Puedes repetir, por favor
πŸ”Š Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? πŸ”Š ¿Podrías hablar más despacio? por favor
πŸ”Š Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? πŸ”Š ¿Podrías escribir lo? por favor
πŸ”Š Ik heb het begrepen πŸ”Š Comprendí
4 - Kleuren
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Ik vind de kleur van deze tafel mooi πŸ”Š Me gusta el color de esta mesa
πŸ”Š Het is rood πŸ”Š Es rojo
πŸ”Š Blauw πŸ”Š Azul
πŸ”Š Geel πŸ”Š Amarillo
πŸ”Š Wit πŸ”Š Blanco
πŸ”Š Zwart πŸ”Š Negro
πŸ”Š Groen πŸ”Š Verde
πŸ”Š Oranje πŸ”Š Naranja
πŸ”Š Paars πŸ”Š Violeta
πŸ”Š Grijs πŸ”Š Gris
5 - Getallen
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Nul πŸ”Š Cero
πŸ”Š Een πŸ”Š Uno
πŸ”Š Twee πŸ”Š Dos
πŸ”Š Drie πŸ”Š Tres
πŸ”Š Vier πŸ”Š Cuatro
πŸ”Š Vijf πŸ”Š Cinco
πŸ”Š Zes πŸ”Š Seis
πŸ”Š Zeven πŸ”Š Siete
πŸ”Š Acht πŸ”Š Ocho
πŸ”Š Negen πŸ”Š Nueve
πŸ”Š Tien πŸ”Š Diez
πŸ”Š Elf πŸ”Š Once
πŸ”Š Twaalf πŸ”Š Doce
πŸ”Š Dertien πŸ”Š Trece
πŸ”Š Veertien πŸ”Š Catorce
πŸ”Š Vijftien πŸ”Š Quince
πŸ”Š Zestien πŸ”Š Dieciseis
πŸ”Š Zeventien πŸ”Š Diecisiete
πŸ”Š Achttien πŸ”Š Dieciocho
πŸ”Š Negentien πŸ”Š Diecinueve
πŸ”Š Twintig πŸ”Š Veinte
πŸ”Š Eenentwintig πŸ”Š Veintiuno
πŸ”Š Tweeëntwintig πŸ”Š Veintidos
πŸ”Š Drieëntwintig πŸ”Š Veintres
πŸ”Š Vierentwintig πŸ”Š Veinticuatro
πŸ”Š Vijfentwintig πŸ”Š Veinticinco
πŸ”Š Zesentwintig πŸ”Š Veintiseis
πŸ”Š Zevenentwintig πŸ”Š Veintisiete
πŸ”Š Achtentwintig πŸ”Š Veintiocho
πŸ”Š Negenentwintig πŸ”Š Veintinueve
πŸ”Š Dertig πŸ”Š Treinta
πŸ”Š Eenendertig πŸ”Š Treinta y uno
πŸ”Š Tweeëndertig πŸ”Š Treinta y dos
πŸ”Š Drieëndertig πŸ”Š Treinta y tres
πŸ”Š Vierendertig πŸ”Š Treinta y cuatro
πŸ”Š Vijfendertig πŸ”Š Treinta y cinco
πŸ”Š Zesendertig πŸ”Š Treinta y seis
πŸ”Š Veertig πŸ”Š Cuarenta
πŸ”Š Vijftig πŸ”Š Cincuenta
πŸ”Š Zestig πŸ”Š Sesenta
πŸ”Š Zeventig πŸ”Š Setenta
πŸ”Š Tachtig πŸ”Š Ochenta
πŸ”Š Negentig πŸ”Š Noventa
πŸ”Š Honderd πŸ”Š Cien
πŸ”Š Honderd vijf πŸ”Š Ciento cinco
πŸ”Š Tweehonderd πŸ”Š Doscientos
πŸ”Š Driehonderd πŸ”Š Trecientos
πŸ”Š Vierhonderd πŸ”Š Cuatrocientos
πŸ”Š Duizend πŸ”Š Mil
πŸ”Š Vijftienhonderd πŸ”Š Mil quinientos
πŸ”Š Tweeduizend πŸ”Š Dos mil
πŸ”Š Tienduizend πŸ”Š Diez mil
6 - Tijdsaanduidingen
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Wanneer ben je aangekomen? πŸ”Š ¿Cuándo llegaste aquí?
πŸ”Š Vandaag πŸ”Š Hoy
πŸ”Š Gisteren πŸ”Š Ayer
πŸ”Š Twee dagen geleden πŸ”Š Hace dos días
πŸ”Š Hoe lang blijf je? πŸ”Š ¿Cuánto tiempo piensas quedarte?
πŸ”Š Ik vertrek morgen πŸ”Š Me voy mañana
πŸ”Š Ik vertrek overmorgen πŸ”Š Me voy pasado mañana
πŸ”Š Ik vertrek over drie dagen πŸ”Š Dentro de tres días
πŸ”Š Maandag πŸ”Š Lunes
πŸ”Š Dinsdag πŸ”Š Martes
πŸ”Š Woensdag πŸ”Š Miércoles
πŸ”Š Donderdag πŸ”Š Jueves
πŸ”Š Vrijdag πŸ”Š Viernes
πŸ”Š Zaterdag πŸ”Š Sábado
πŸ”Š Zondag πŸ”Š Domingo
πŸ”Š Januari πŸ”Š Enero
πŸ”Š Februari πŸ”Š Febrero
πŸ”Š Maart πŸ”Š Marzo
πŸ”Š April πŸ”Š Abril
πŸ”Š Mei πŸ”Š Mayo
πŸ”Š Juni πŸ”Š Junio
πŸ”Š Juli πŸ”Š Julio
πŸ”Š Augustus πŸ”Š Agosto
πŸ”Š September πŸ”Š Septiembre
πŸ”Š Oktober πŸ”Š Octubre
πŸ”Š November πŸ”Š Noviembre
πŸ”Š December πŸ”Š Diciembre
πŸ”Š Hoe laat vertrek je? πŸ”Š ¿A qué hora te vas ?
πŸ”Š Om acht uur 's ochtends πŸ”Š A las ocho de la mañana
πŸ”Š Om kwart over acht 's ochtends πŸ”Š Por la mañana a las ocho y cuarto
πŸ”Š Om half negen 's ochtends πŸ”Š Por la mañana a las ocho y media
πŸ”Š Om kwart voor negen 's ochtends πŸ”Š Por la mañana a las nueve menos cuarto
πŸ”Š Om zes uur 's avonds πŸ”Š A las seis de la tarde
πŸ”Š Ik ben laat πŸ”Š Llego tarde
7 - Taxi
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Taxi! πŸ”Š ?Taxi!
πŸ”Š Waar wilt u naartoe? πŸ”Š ¿A dónde quiere ir?
πŸ”Š Ik ga naar het station πŸ”Š Voy a la estación
πŸ”Š Ik ga naar het hotel Dag en Nacht πŸ”Š Voy al hotel Día y Noche
πŸ”Š Kunt u me naar de luchthaven brengen? πŸ”Š ¿Me puede llevar al aeropuerto? Por favor
πŸ”Š Kunt u mijn bagage nemen? πŸ”Š ¿Puede cargar mi equipaje? Por favor
πŸ”Š Is het ver van hier? πŸ”Š ¿Está lejos de aquí?
πŸ”Š Nee, het is vlakbij πŸ”Š No, es al lado
πŸ”Š Ja, het is iets verder weg πŸ”Š Sí, está un poco más lejos
πŸ”Š Hoeveel zal het kosten? πŸ”Š ¿Cuánto va a costar?
πŸ”Š Breng me hiernaartoe, alstublieft πŸ”Š Lleveme aquí, por favor
πŸ”Š Het is rechts πŸ”Š Es a la derecha
πŸ”Š Het is links πŸ”Š Es a la izquierda
πŸ”Š Het is rechtdoor πŸ”Š Siga derecho
πŸ”Š Het is hier πŸ”Š Es aquí
πŸ”Š Het is die kant uit πŸ”Š Están por allí
πŸ”Š Stop! πŸ”Š ¡Pare!
πŸ”Š Neem uw tijd πŸ”Š Tómese su tienpo
πŸ”Š Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? πŸ”Š ¿Me puede dar un recibo? Por favor
8 - Familie
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Heb je familie hier? πŸ”Š ¿Tienes familiares aquí?
πŸ”Š Mijn vader πŸ”Š Mi padre
πŸ”Š Mijn moeder πŸ”Š mi madre
πŸ”Š Mijn zoon πŸ”Š MI hijo
πŸ”Š Mijn dochter πŸ”Š Mi hija
πŸ”Š Een broer πŸ”Š Mi hermano
πŸ”Š Een zus πŸ”Š Mi hermana
πŸ”Š Een vriend πŸ”Š Mi amigo
πŸ”Š Een vriendin πŸ”Š Mi amiga
πŸ”Š Mijn vriend πŸ”Š Mi novio
πŸ”Š Mijn vriendin πŸ”Š Mi novia
πŸ”Š Mijn man πŸ”Š Mi esposo
πŸ”Š Mijn vrouw πŸ”Š Mi esposa
9 - Gevoelens
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Ik hou erg van jouw land πŸ”Š Me encanta tu país
πŸ”Š Ik hou van je πŸ”Š Te quiero
πŸ”Š πŸ”Š Te amo
πŸ”Š Ik ben blij πŸ”Š Soy feliz
πŸ”Š Ik ben verdrietig πŸ”Š Estoy triste
πŸ”Š Ik voel me goed hier πŸ”Š Me siento muy bien aquí
πŸ”Š Ik heb koud πŸ”Š Tengo frío
πŸ”Š Ik heb warm πŸ”Š Tengo calor
πŸ”Š Het is te groot πŸ”Š Es demasiado grande
πŸ”Š Het is te klein πŸ”Š Es demasiado pequeño
πŸ”Š Het is perfect πŸ”Š Está perfecto
πŸ”Š Wil je vanavond uit? πŸ”Š ¿Quieres salir esta noche?
πŸ”Š Ik zou graag uitgaan vanavond πŸ”Š Me gustaría salir esta noche
πŸ”Š Dat is een goed idee πŸ”Š Es una buena idea
πŸ”Š Ik wil me amuseren πŸ”Š Me gustaría divertirme
πŸ”Š Dat is geen goed idee πŸ”Š No es una buena idea
πŸ”Š Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond πŸ”Š No quiero salir esta noche
πŸ”Š Ik wil rusten πŸ”Š Me gustaría descansar
πŸ”Š Wil je sporten? πŸ”Š ¿Quíeres hacer deporte?
πŸ”Š Ik heb ontspanning nodig πŸ”Š Sí, necesito desahogarme
πŸ”Š Ik speel tennis πŸ”Š Juego al tenis
πŸ”Š Nee bedankt, ik ben erg moe πŸ”Š No gracias, estoy cansado
10 - Bar
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š De bar πŸ”Š El bar
πŸ”Š Wil je iets drinken? πŸ”Š ¿Deseas beber algo?
πŸ”Š Drinken πŸ”Š Beber
πŸ”Š Glas πŸ”Š Vaso
πŸ”Š Ja, graag πŸ”Š Sí, gracias
πŸ”Š Wat wil je? πŸ”Š ¿Qué tomas?
πŸ”Š Waar kan ik uit kiezen? πŸ”Š ¿Qué tienes para ofrecerme?
πŸ”Š Er is water of vruchtensap πŸ”Š Hay agua o zumo de frutas
πŸ”Š Water πŸ”Š Agua
πŸ”Š Kunt u er ijsblokjes bij doen? πŸ”Š ¿Me puedes poner un poco de hielo?, por favor
πŸ”Š Ijsblokjes πŸ”Š Hielo
πŸ”Š Chocolademelk πŸ”Š Chocolate
πŸ”Š Melk πŸ”Š Leche
πŸ”Š Thee πŸ”Š Té
πŸ”Š Koffie πŸ”Š Café
πŸ”Š Met suiker πŸ”Š Con azúcar
πŸ”Š Met melk πŸ”Š Con leche
πŸ”Š Wijn πŸ”Š Vino
πŸ”Š Bier πŸ”Š Cerveza
πŸ”Š Een thee, graag πŸ”Š Un té por favor
πŸ”Š Een biertje, graag πŸ”Š Una cerveza, por favor
πŸ”Š Wat wilt u drinken? πŸ”Š ¿Qué desea beber?
πŸ”Š Twee thee's, graag πŸ”Š ¡Dos tés por favor!
πŸ”Š Twee biertjes, graag πŸ”Š Dos cervezas, por favor
πŸ”Š Niets, dank u πŸ”Š Nada, gracias
πŸ”Š Proost πŸ”Š ¡Salud!
πŸ”Š Santé! πŸ”Š ¡Salud!
πŸ”Š De rekening, alstublieft! πŸ”Š ¡La cuenta, por favor!
πŸ”Š Hoeveel kost dat ? πŸ”Š ¿Qué le debo, por favor?
πŸ”Š Twintig euro πŸ”Š Veinte euros
πŸ”Š Ik trakteer je πŸ”Š Yo pago
11 - Restaurant
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Het restaurant πŸ”Š El restaurante
πŸ”Š Wil je iets eten? πŸ”Š ¿Quieres comer?
πŸ”Š Eten πŸ”Š Comer
πŸ”Š Waar kunnen we eten? πŸ”Š ¿Dónde podemos comer?
πŸ”Š Waar kunnen we lunchen? πŸ”Š ¿Dónde podemos almorzar?
πŸ”Š Het avondmaal πŸ”Š Cenar
πŸ”Š Het ontbijt πŸ”Š Desayuno
πŸ”Š Excuseer! πŸ”Š ¡Por favor!
πŸ”Š De menukaart, alstublieft! πŸ”Š ¡El menú, por favor!
πŸ”Š Hier is de menukaart! πŸ”Š ¡Aquí está el menú!
πŸ”Š Eet je liever vlees of vis? πŸ”Š ¿Qué prefieres comer? ¿Carne o pescado?
πŸ”Š Met rijst πŸ”Š Con arroz
πŸ”Š Met pasta πŸ”Š Con pasta
πŸ”Š Aardappels πŸ”Š Patatas
πŸ”Š Groenten πŸ”Š Verduras
πŸ”Š Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje πŸ”Š Huevos revueltos, fritos o pasados por agua
πŸ”Š Brood πŸ”Š Pan
πŸ”Š Boter πŸ”Š Mantequilla
πŸ”Š Een salade πŸ”Š Una ensalada
πŸ”Š Een toetje πŸ”Š Un postre
πŸ”Š Fruit πŸ”Š Frutas
πŸ”Š Hebt u een mes, alstublieft? πŸ”Š ¿Me puedes dar un cuchillo?, por favor
πŸ”Š Ja, ik breng er u onmiddellijk een πŸ”Š Sí, se lo traigo enseguida
πŸ”Š Een mes πŸ”Š Un cuchillo
πŸ”Š Een vork πŸ”Š Un tenedor
πŸ”Š Een lepel πŸ”Š Una cuchara
πŸ”Š Is dit een warme schotel? πŸ”Š ¿Es un plato caliente?
πŸ”Š Ja, en erg pikant ook! πŸ”Š ¡Sí, y pícante!
πŸ”Š Warm πŸ”Š Caliente
πŸ”Š Koud πŸ”Š Frío
πŸ”Š Pikant πŸ”Š Pícante
πŸ”Š Ik neem vis! πŸ”Š Voy a comer pescado
πŸ”Š Ik ook πŸ”Š Yo también
12 - Afscheid nemen
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Het is laat! Ik moet nu weggaan! πŸ”Š ¡Ya es tarde, debo irme!
πŸ”Š Kunnen we elkaar weerzien? πŸ”Š ¿Podemos volver a vernos?
πŸ”Š Ja, leuk! πŸ”Š Sí, por supuesto
πŸ”Š Ik woon op dit adres πŸ”Š Vivo en esta dirección
πŸ”Š Heb je een telefoonnummer? πŸ”Š ¿Me das tu número de teléfono?
πŸ”Š Ja, dit is het πŸ”Š Sí, aquí lo tienes
πŸ”Š Ik vond het gezellig πŸ”Š Me lo he pasado muy bien contigo
πŸ”Š Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken πŸ”Š Para mi, también ha sido un placer
πŸ”Š We zien elkaar snel weer πŸ”Š Nos vemos pronto
πŸ”Š Ik hoop het ook πŸ”Š Eso espero
πŸ”Š Tot ziens! πŸ”Š ¡Adios!
πŸ”Š Tot morgen πŸ”Š Hasta mañana
πŸ”Š Dag! πŸ”Š ¡Adios!
13 - Vervoer
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Pardon, ik zoek de bushalte πŸ”Š Discúlpeme, estoy buscando la parada de autobús
πŸ”Š Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? πŸ”Š ¿Cuánto cuesta un billete hasta Ciudad del Sol?
πŸ”Š Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? πŸ”Š ¿Hacia dónde va este tren, por favor?
πŸ”Š Stopt deze trein in Zonstad? πŸ”Š ¿Este tren para en Ciudad del Sol?
πŸ”Š Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? πŸ”Š ¿Cuando sale el tren para Ciudad del Sol?
πŸ”Š Wanneer komt de trein aan in Zonstad? πŸ”Š ¿A qué hora llega este tren a Ciudad del Sol?
πŸ”Š Een kaartje voor Zonstad, alstublieft πŸ”Š Un billete para La ciudad del sol por favor
πŸ”Š Hebt u de dienstregeling van de trein? πŸ”Š ¿Tiene los horarios de tren?
πŸ”Š De dienstregeling van de bus πŸ”Š Los horarios de autobuses
πŸ”Š Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? πŸ”Š ¿Cuál es el tren que va hacia Ciudad del sol por favor?
πŸ”Š Die trein πŸ”Š Es este
πŸ”Š Dank u πŸ”Š Gracias
πŸ”Š Graag gedaan. Goede reis! πŸ”Š De nada. ¡Buen viaje!
πŸ”Š De (repareer)garage πŸ”Š El garage de reparación
πŸ”Š Het benzinestation πŸ”Š La estación de servicio
πŸ”Š Voltanken, alstublieft πŸ”Š Lleno, por favor
πŸ”Š Fiets πŸ”Š Bicicleta
πŸ”Š Het stadscentrum πŸ”Š El centro
πŸ”Š De voorstad πŸ”Š El suburbio
πŸ”Š Het is een stad πŸ”Š Es una ciudad grande
πŸ”Š Het is een dorp πŸ”Š Es un pueblo
πŸ”Š Een berg πŸ”Š Una montaña
πŸ”Š Een meer πŸ”Š Un lago
πŸ”Š Het platteland πŸ”Š El campo
14 - Hotel
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Het hotel πŸ”Š El hotel
πŸ”Š Appartement πŸ”Š Apartamento
πŸ”Š Welkom! πŸ”Š ¡Bienvenido!
πŸ”Š Hebt u een kamer vrij? πŸ”Š ¿Tiene alguna habitación disponible?
πŸ”Š Is er een badkamer in de kamer? πŸ”Š ¿Hay baño en la habitación?
πŸ”Š Verkiest u twee eenpersoonsbedden? πŸ”Š ¿Prefiere dos camas sencillas?
πŸ”Š Wenst u een kamer met een dubbel bed? πŸ”Š ¿Quiere una habitación doble?
πŸ”Š Kamer met bad - met balkon - met douche πŸ”Š Una habitación con baño - con balcón - con ducha
πŸ”Š Kamer met ontbijt πŸ”Š habitación con desayuno
πŸ”Š Wat is de prijs voor één nacht? πŸ”Š ¿Cuál es el precio por cada noche?
πŸ”Š Ik zou graag eerst de kamer zien πŸ”Š Me gustaría ver primero la habitación
πŸ”Š Ja, natuurlijk πŸ”Š Claro, por supuesto
πŸ”Š Dank u, de kamer is erg mooi πŸ”Š Gracias, la habitación está muy bien
πŸ”Š Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? πŸ”Š Está bien, puedo hacer una reserva para esta noche?
πŸ”Š Het is wat te duur voor mij, bedankt πŸ”Š Es un poco caro para mi, gracias
πŸ”Š Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? πŸ”Š ¿Podría cuidar mi equipaje?, por favor
πŸ”Š Waar is mijn kamer, alstublieft? πŸ”Š ¿Dónde está mi habitación?, por favor
πŸ”Š Het is op de eerste verdieping πŸ”Š Está en el primer piso
πŸ”Š Is er een lift? πŸ”Š ¿Hay ascensor?
πŸ”Š De lift is aan uw linkerkant πŸ”Š El ascensor está a su izquierda
πŸ”Š De lift is aan uw rechterkant πŸ”Š El ascensor está a su derecha
πŸ”Š Waar is de wasserij, alstublieft? πŸ”Š ¿Dónde está la lavandería?
πŸ”Š Het is op de gelijkvloerse verdieping πŸ”Š Está en la planta baja
πŸ”Š De begane grond πŸ”Š Planta baja
πŸ”Š Kamer πŸ”Š Habitación
πŸ”Š Droogkuis πŸ”Š Lavandería
πŸ”Š Kapsalon πŸ”Š Peluquería
πŸ”Š Autoparking πŸ”Š Estacionamiento
πŸ”Š We zien elkaar in de vergaderzaal? πŸ”Š ¿Nos encontramos en la sala de reuniones?
πŸ”Š De vergaderzaal πŸ”Š La sala de reuniones
πŸ”Š Het zwembad is verwarmd πŸ”Š La pisicina está climatizada
πŸ”Š Het zwembad πŸ”Š La piscina
πŸ”Š Maak me wakker om 7 uur, alstublieft πŸ”Š Por favor, ¿me podría despertar a las siete de la mañana?
πŸ”Š De sleutel, alstublieft πŸ”Š La llave, por favor
πŸ”Š De pas, alstublieft πŸ”Š La tarjeta magnética, por favor
πŸ”Š Zijn er berichten voor mij? πŸ”Š ¿Hay mensajes para mi?
πŸ”Š Ja, alstublieft πŸ”Š Sí, aquí los tiene
πŸ”Š Nee, we hebben niets voor u ontvangen πŸ”Š No, no ha recibido nada
πŸ”Š Waar kan ik wisselgeld krijgen? πŸ”Š ¿Dónde puedo conseguir cambio?
πŸ”Š Kunt u mij wisselgeld geven? πŸ”Š ¿Me podría dar cambio?, por favor
πŸ”Š Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? πŸ”Š Sí algo, ¿cuánto quiere?
15 - Een persoon zoeken
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Is Sarah hier, alstublieft? πŸ”Š ¿Está Sara por favor?
πŸ”Š Ja, ze is hier πŸ”Š Si, está aquí
πŸ”Š Ze is weg πŸ”Š Salió
πŸ”Š πŸ”Š Ha salido
πŸ”Š U kunt haar bellen op haar mobiel πŸ”Š La puede llamar a su móvil
πŸ”Š Weet u waar ik haar kan vinden? πŸ”Š ¿Sabe dónde puedo encontrarla?
πŸ”Š Ze is op haar werk πŸ”Š Está en el trabajo
πŸ”Š Ze is thuis πŸ”Š Está en su casa
πŸ”Š Is Julien hier, alstublieft? πŸ”Š ¿Perdón, está Julián?
πŸ”Š Ja, hij is hier πŸ”Š Si, está aquí
πŸ”Š Hij is weg πŸ”Š Salió
πŸ”Š Weet u waar ik hem kan vinden? πŸ”Š ¿Sabe dónde puedo encontrarlo?
πŸ”Š U kunt hem bellen op zijn mobiel πŸ”Š Le puede llamar a su teléfono móvil
πŸ”Š Hij is op zijn werk πŸ”Š Está en el trabajo
πŸ”Š Hij is thuis πŸ”Š Está en su casa
16 - Strand
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Het strand πŸ”Š La playa
πŸ”Š Weet u waar ik een bal kan kopen? πŸ”Š ¿Dónde puedo comprar un balón?
πŸ”Š Er is een winkel in die richting πŸ”Š Hay una tienda es esta dirección
πŸ”Š Een bal πŸ”Š Un balón
πŸ”Š Een verrekijker πŸ”Š Prismáticos
πŸ”Š Een pet πŸ”Š Una gorra
πŸ”Š Een handdoek πŸ”Š Una toalla
πŸ”Š Sandalen πŸ”Š Sandalias
πŸ”Š Een emmer πŸ”Š Un cubo
πŸ”Š Zonnecrème πŸ”Š Loción bronceadora
πŸ”Š Zwembroek πŸ”Š Traje de baño
πŸ”Š Zonnebril πŸ”Š Gafas de sol
πŸ”Š Schaaldieren πŸ”Š Marisco
πŸ”Š Zonnebaden πŸ”Š Tomar un bañu del sol
πŸ”Š Zonnig πŸ”Š Soleado
πŸ”Š Zonsondergang πŸ”Š Puesta de sol
πŸ”Š Parasol πŸ”Š Parasol
πŸ”Š Zon πŸ”Š Sol
πŸ”Š Zonneslag πŸ”Š Insolación
πŸ”Š Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? πŸ”Š ¿Es peligroso nadar aquí?
πŸ”Š Nee, het is niet gevaarlijk πŸ”Š No, no es peligroso
πŸ”Š Ja, het is verboden om hier te zwemmen πŸ”Š Sí, está prohibido nada aquí
πŸ”Š Zwemmen πŸ”Š Nadar
πŸ”Š Zwemmen πŸ”Š Natación
πŸ”Š Golf πŸ”Š Ola
πŸ”Š Zee πŸ”Š Mar
πŸ”Š Duin πŸ”Š Duna
πŸ”Š Zand πŸ”Š Arena
πŸ”Š Welk weer voorspellen ze voor morgen? πŸ”Š ¿Qué tiempo hará mañana?
πŸ”Š Het weer gaat veranderen πŸ”Š El tiempo va a cambiar
πŸ”Š Het gaat regenen πŸ”Š Va a llover
πŸ”Š Het wordt zonnig πŸ”Š Va a hacer sol
πŸ”Š Het wordt erg winderig πŸ”Š Habrá mucho viento
πŸ”Š Zwempak πŸ”Š Traje de baño
πŸ”Š Schaduw πŸ”Š Sombra
17 - In geval van problemen
Quiz
Cursussen
πŸ–¨οΈ
πŸ”Š Kunt u me helpen, alstublieft? πŸ”Š ¿Podría ayudarme?, por favor
πŸ”Š Ik ben de weg kwijt πŸ”Š Estoy perdido
πŸ”Š Wat wenst u? πŸ”Š ¿Qué desea?
πŸ”Š Wat is er gebeurd? πŸ”Š ¿Qué pasó?
πŸ”Š Waar kan ik een tolk vinden? πŸ”Š ¿Dónde puedo conseguir un intérprete?
πŸ”Š Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? πŸ”Š ¿Dónde está la farmacia más cercana?
πŸ”Š Kunt u een dokter bellen, alstublieft? πŸ”Š ¿Puede llamar a un doctor?, por favor
πŸ”Š Welke behandeling krijgt u op dit moment? πŸ”Š ¿Qué tipo de tratamiento tiene actualmente?
πŸ”Š Een ziekenhuis πŸ”Š Un hospital
πŸ”Š Een apotheek πŸ”Š Una farmacia
πŸ”Š Een dokter πŸ”Š Un doctor
πŸ”Š Medische dienst πŸ”Š Departamento médico
πŸ”Š Ik ben mijn papieren kwijt πŸ”Š He perdido mis documentos
πŸ”Š Mijn papieren zijn gestolen πŸ”Š Me robaron mis documentos
πŸ”Š Bureau voor gevonden voorwerpen πŸ”Š Oficina de objetos perdidos
πŸ”Š Hulppost πŸ”Š Primeros auxilios
πŸ”Š Nooduitgang πŸ”Š Salida de emergencia
πŸ”Š De Politie πŸ”Š La Policía
πŸ”Š Identiteitsbewijs πŸ”Š Papeles
πŸ”Š Geld πŸ”Š Dinero
πŸ”Š Paspoort πŸ”Š Pasaporte
πŸ”Š Bagage πŸ”Š Maletas
πŸ”Š Nee dank u, ik heb geen interesse πŸ”Š Está bien así, no gracias
πŸ”Š Laat me met rust! πŸ”Š ¡Déjeme tranquilo!
πŸ”Š Ga weg! πŸ”Š ¡Váyase!

Download MP3 en PDF bestand
MP3 + PDF

Download alle uitdrukkingen

Gratis demo



Beginnen

Download MP3 en PDF bestand