Vocabulaire in het Spaans voor beginners en reizigers

Video om te luisteren naar de meest voorkomende woorden in het Spaans

Waarom en hoe leer je Spaanse woordenschat met audio?

Familiewaarden ( familiares ) zijn nog steeds zeer aanwezig in Spanje. Het is dus van essentieel belang dat u de namen van de verschillende familieleden begrijpt: moeder (madre), tante (tia), grootvader (abuelo), enz.

Omdat het een zeer toeristisch land is in de zomer, moet u wellicht weten hoe u uw route naar een taxi kunt aangeven die u naar het hotel brengt, en waar u kunt lunchen (¿Dónde podemos almorzar?). Deze woordenschatbladen ingedeeld op thema zullen u ongetwijfeld helpen om dit te doen!

Spaans is een prachtige zangtaal. Probeer regelmatig te luisteren naar shows of films in het Spaans zodat je je niveau niet verliest! Hier zijn een aantal bekende voorbeelden op categorie.

Selectie van inhoud om jezelf onder te dompelen in de Spaanstalige cultuur

Romans :

Uitzendingen/series :

Films

Nummers :

Generalistische TV-zenders :

  • La Sexta
  • Telecinco
  • TVE

Hier is een selectie van 400 nuttige woorden en uitdrukkingen om u op weg te helpen

Deze woorden en uitdrukkingen zijn gerangschikt op thema. Door op de knoppen Quiz of Cursussen te klikken, heb je gratis toegang tot de complete cursus in het Spaans. Door op de knop printer te klikken, kunt u alle uitdrukkingen van het thema afdrukken. Deze inhoud is gratis.
1 - Belangrijke uitdrukkingen
Nederlands Spaans
🔊 Goedendag 🔊 Buenos días
🔊 Goedenavond 🔊 Buenas noches
🔊 Tot ziens 🔊 Adiós
🔊 Tot straks 🔊 Hasta Luego
🔊 Ja 🔊 Sí
🔊 Nee 🔊 No
🔊 Alstublieft 🔊 ¡Por favor!
🔊 Dank u 🔊 Gracias
🔊 Dank u wel 🔊 ¡Muchas gracias!
🔊 Bedankt voor uw hulp 🔊 Gracias por su ayuda
🔊 Graag gedaan 🔊 De nada
🔊 Okee 🔊 De acuerdo
🔊 Hoeveel kost dat? 🔊 ¿Cuánto cuesta?
🔊 Pardon! 🔊 ¡Discúlpeme!
🔊 Ik begrijp het niet 🔊 No comprendo
🔊 Ik heb het begrepen 🔊 Entendí
🔊 Ik weet het niet 🔊 No sé
🔊 Verboden 🔊 Prohibido
🔊 Waar zijn de toiletten, alstublieft? 🔊 ¿Dónde están los baños?
🔊 Gelukkig Nieuwjaar! 🔊 ¡Feliz año nuevo!
🔊 Gelukkige verjaardag! 🔊 ¡Feliz cumpleaños!
🔊 Prettige feesten! 🔊 ¡Felices fiestas!
🔊 Gefeliciteerd! 🔊 ¡Felicidades!
2 - Gesprek
Nederlands Spaans
🔊 Hallo. Hoe gaat het? 🔊 Buenos días. ¿Cómo estás?
🔊 Hallo. Het gaat goed, dank je 🔊 Buenos días. Muy bien, gracias
🔊 Spreek je Spaans? 🔊 ¿Hablas español?
🔊 Nee, ik spreek geen Spaans 🔊 No, no hablo español
🔊 Slechts een klein beetje 🔊 Sólo un poco
🔊 Waar kom je vandaan? 🔊 ¿De qué país eres?
🔊 Wat is je nationaliteit? 🔊 ¿Cual es tu nacionalidad?
🔊 Ik ben Hollands 🔊 Soy holandés
🔊 Ik ben Hollands 🔊 Soy holandesa
🔊 En jij, woon je hier? 🔊 ¿Y tú, vives aquí?
🔊 Ja, ik woon hier 🔊 Sí, vivo aquí
🔊 Ik heet Sarah, en jij? 🔊 Yo me llamo Sarah, ¿y tu?
🔊 Julien 🔊 Julián
🔊 Wat doe je hier? 🔊 ¿Qué estás haciendo aquí?
🔊 Ik ben op vakantie 🔊 Estoy de vacaciones
🔊 Wij zijn op vakantie 🔊 Estamos de vacaciones
🔊 Ik ben op zakenreis 🔊 Estoy en viaje de trabajo
🔊 Ik werk hier 🔊 Trabajo aquí
🔊 Wij werken hier 🔊 Trabajamos aquí
🔊 Wat zijn de goeie plekjes om te eten? 🔊 ¿Cuáles son los buenos lugares para comer?
🔊 Is er een museum in de buurt? 🔊 ¿Hay algún museo por aquí?
🔊 Waar kan ik internetverbinding maken? 🔊 ¿Dónde puedo conseguir una conexión a internet?
3 - Leren
Nederlands Spaans
🔊 Ik heb het begrepen 🔊 Entendí
🔊 Wil je enkele woorden leren? 🔊 ¿Quieres aprender algunas palabras?
🔊 Okee! 🔊 ¡Sí!
🔊 Hoe heet dat? 🔊 ¿Cómo se llama esto?
🔊 Dat is een tafel 🔊 Es una mesa
🔊 Een tafel, begrijp je? 🔊 Una mesa, ¿comprendes?
🔊 Kan je dat alsjeblieft herhalen? 🔊 Puedes repetir, por favor
🔊 Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft? 🔊 ¿Podrías hablar más despacio? por favor
🔊 Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft? 🔊 ¿Podrías escribirlo, por favor?
4 - Kleuren
Nederlands Spaans
🔊 Ik vind de kleur van deze tafel mooi 🔊 Me gusta el color de esta mesa
🔊 Het is rood 🔊 Es rojo
🔊 Blauw 🔊 Azul
🔊 Geel 🔊 Amarillo
🔊 Wit 🔊 Blanco
🔊 Zwart 🔊 Negro
🔊 Groen 🔊 Verde
🔊 Oranje 🔊 Naranja
🔊 Paars 🔊 Violeta
🔊 Grijs 🔊 Gris
5 - Getallen
Nederlands Spaans
🔊 Nul 🔊 Cero
🔊 Een 🔊 Uno
🔊 Twee 🔊 Dos
🔊 Drie 🔊 Tres
🔊 Vier 🔊 Cuatro
🔊 Vijf 🔊 Cinco
🔊 Zes 🔊 Seis
🔊 Zeven 🔊 Siete
🔊 Acht 🔊 Ocho
🔊 Negen 🔊 Nueve
🔊 Tien 🔊 Diez
🔊 Elf 🔊 Once
🔊 Twaalf 🔊 Doce
🔊 Dertien 🔊 Trece
🔊 Veertien 🔊 Catorce
🔊 Vijftien 🔊 Quince
🔊 Zestien 🔊 Dieciseis
🔊 Zeventien 🔊 Diecisiete
🔊 Achttien 🔊 Dieciocho
🔊 Negentien 🔊 Diecinueve
🔊 Twintig 🔊 Veinte
🔊 Eenentwintig 🔊 Veintiuno
🔊 Tweeëntwintig 🔊 Veintidos
🔊 Drieëntwintig 🔊 Veintres
🔊 Vierentwintig 🔊 Veinticuatro
🔊 Vijfentwintig 🔊 Veinticinco
🔊 Zesentwintig 🔊 Veintiseis
🔊 Zevenentwintig 🔊 Veintisiete
🔊 Achtentwintig 🔊 Veintiocho
🔊 Negenentwintig 🔊 Veintinueve
🔊 Dertig 🔊 Treinta
🔊 Eenendertig 🔊 Treinta y uno
🔊 Tweeëndertig 🔊 Treinta y dos
🔊 Drieëndertig 🔊 Treinta y tres
🔊 Vierendertig 🔊 Treinta y cuatro
🔊 Vijfendertig 🔊 Treinta y cinco
🔊 Zesendertig 🔊 Treinta y seis
🔊 Veertig 🔊 Cuarenta
🔊 Vijftig 🔊 Cincuenta
🔊 Zestig 🔊 Sesenta
🔊 Zeventig 🔊 Setenta
🔊 Tachtig 🔊 Ochenta
🔊 Negentig 🔊 Noventa
🔊 Honderd 🔊 Cien
🔊 Honderd vijf 🔊 Ciento cinco
🔊 Tweehonderd 🔊 Doscientos
🔊 Driehonderd 🔊 Trecientos
🔊 Vierhonderd 🔊 Cuatrocientos
🔊 Duizend 🔊 Mil
🔊 Vijftienhonderd 🔊 Mil quinientos
🔊 Tweeduizend 🔊 Dos mil
🔊 Tienduizend 🔊 Diez mil
6 - Tijdsaanduidingen
Nederlands Spaans
🔊 Wanneer ben je aangekomen? 🔊 ¿Cuándo llegaste aquí?
🔊 Vandaag 🔊 Hoy
🔊 Gisteren 🔊 Ayer
🔊 Twee dagen geleden 🔊 Hace dos días
🔊 Hoe lang blijf je? 🔊 ¿Cuánto tiempo piensas quedarte?
🔊 Ik vertrek morgen 🔊 Me voy mañana
🔊 Ik vertrek overmorgen 🔊 Me voy pasado mañana
🔊 Ik vertrek over drie dagen 🔊 Dentro de tres días
🔊 Maandag 🔊 Lunes
🔊 Dinsdag 🔊 Martes
🔊 Woensdag 🔊 Miércoles
🔊 Donderdag 🔊 Jueves
🔊 Vrijdag 🔊 Viernes
🔊 Zaterdag 🔊 Sábado
🔊 Zondag 🔊 Domingo
🔊 Januari 🔊 Enero
🔊 Februari 🔊 Febrero
🔊 Maart 🔊 Marzo
🔊 April 🔊 Abril
🔊 Mei 🔊 Mayo
🔊 Juni 🔊 Junio
🔊 Juli 🔊 Julio
🔊 Augustus 🔊 Agosto
🔊 September 🔊 Septiembre
🔊 Oktober 🔊 Octubre
🔊 November 🔊 Noviembre
🔊 December 🔊 Diciembre
🔊 Hoe laat vertrek je? 🔊 ¿A qué hora te vas ?
🔊 Om acht uur 's ochtends 🔊 A las ocho de la mañana
🔊 Om kwart over acht 's ochtends 🔊 Por la mañana, a las ocho y cuarto
🔊 Om half negen 's ochtends 🔊 Por la mañana, a las ocho y media
🔊 Om kwart voor negen 's ochtends 🔊 Por la mañana, a las nueve menos cuarto
🔊 Om zes uur 's avonds 🔊 A las seis de la tarde
🔊 Ik ben laat 🔊 Llego tarde
7 - Taxi
Nederlands Spaans
🔊 Taxi! 🔊 ¡Taxi!
🔊 Waar wilt u naartoe? 🔊 ¿A dónde quiere ir?
🔊 Ik ga naar het station 🔊 Voy a la estación
🔊 Ik ga naar het hotel Dag en Nacht 🔊 Voy al hotel Día y Noche
🔊 Kunt u me naar de luchthaven brengen? 🔊 ¿Podría llevarme al aeropuerto, por favor?
🔊 Kunt u mijn bagage nemen? 🔊 ¿Puede cargar mi equipaje, por favor?
🔊 Is het ver van hier? 🔊 ¿Está lejos de aquí?
🔊 Nee, het is vlakbij 🔊 No, es al lado
🔊 Ja, het is iets verder weg 🔊 Sí, está un poco más lejos
🔊 Hoeveel zal het kosten? 🔊 ¿Cuánto va a costar?
🔊 Breng me hiernaartoe, alstublieft 🔊 Lleveme aquí, por favor
🔊 Het is rechts 🔊 Es a la derecha
🔊 Het is links 🔊 Es a la izquierda
🔊 Het is rechtdoor 🔊 Siga derecho
🔊 Het is hier 🔊 Es aquí
🔊 Het is die kant uit 🔊 Están por allí
🔊 Stop! 🔊 ¡Pare!
🔊 Neem uw tijd 🔊 Tómese su tienpo
🔊 Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft? 🔊 ¿Me puede dar un recibo, por favor?
8 - Familie
Nederlands Spaans
🔊 Heb je familie hier? 🔊 ¿Tienes familiares aquí?
🔊 Mijn vader 🔊 Mi padre
🔊 Mijn moeder 🔊 mi madre
🔊 Mijn zoon 🔊 MI hijo
🔊 Mijn dochter 🔊 Mi hija
🔊 Een broer 🔊 Un hermano
🔊 Een zus 🔊 Una hermana
🔊 Een vriend 🔊 Un amigo
🔊 Een vriendin 🔊 Un amigo
🔊 Mijn vriend 🔊 Mi novio
🔊 Mijn vriendin 🔊 Mi novia
🔊 Mijn man 🔊 Mi esposo
🔊 Mijn vrouw 🔊 Mi esposa
9 - Gevoelens
Nederlands Spaans
🔊 Ik hou erg van jouw land 🔊 Me encanta tu país
🔊 Ik hou van je 🔊 Te quiero
🔊 Ik ben blij 🔊 Soy feliz
🔊 Ik ben verdrietig 🔊 Estoy triste
🔊 Ik voel me goed hier 🔊 Me siento muy bien aquí
🔊 Ik heb het koud 🔊 Tengo frío
🔊 Ik heb het warm 🔊 Tengo calor
🔊 Het is te groot 🔊 Es demasiado grande
🔊 Het is te klein 🔊 Es demasiado pequeño
🔊 Het is perfect 🔊 Está perfecto
🔊 Wil je vanavond uit? 🔊 ¿Quieres salir esta noche?
🔊 Ik zou graag uitgaan vanavond 🔊 Me gustaría salir esta noche
🔊 Dat is een goed idee 🔊 Es una buena idea
🔊 Ik wil me amuseren 🔊 Me gustaría divertirme
🔊 Dat is geen goed idee 🔊 No es una buena idea
🔊 Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond 🔊 No quiero salir esta noche
🔊 Ik wil rusten 🔊 Me gustaría descansar
🔊 Wil je sporten? 🔊 ¿Quíeres hacer deporte?
🔊 Ik heb ontspanning nodig 🔊 Sí, necesito desahogarme
🔊 Ik speel tennis 🔊 Juego al tenis
🔊 Nee bedankt, ik ben erg moe 🔊 No gracias, estoy cansado
10 - Bar
Nederlands Spaans
🔊 De bar 🔊 El bar
🔊 Wil je iets drinken? 🔊 ¿Deseas beber algo?
🔊 Drinken 🔊 Beber
🔊 Glas 🔊 Vaso
🔊 Ja, graag 🔊 Con gusto
🔊 Wat wil je? 🔊 ¿Qué tomas?
🔊 Waar kan ik uit kiezen? 🔊 ¿Qué me ofreces?
🔊 Er is water of vruchtensap 🔊 Hay agua o zumo de frutas
🔊 Water 🔊 Agua
🔊 Kunt u er ijsblokjes bij doen? 🔊 ¿Me puedes poner un poco de hielo?, por favor
🔊 Ijsblokjes 🔊 Hielo
🔊 Chocolademelk 🔊 Chocolate
🔊 Melk 🔊 Leche
🔊 Thee 🔊 Té
🔊 Koffie 🔊 Café
🔊 Met suiker 🔊 Con azúcar
🔊 Met melk 🔊 Con leche
🔊 Wijn 🔊 Vino
🔊 Bier 🔊 Cerveza
🔊 Een thee, graag 🔊 Un té por favor
🔊 Een biertje, graag 🔊 Una cerveza, por favor
🔊 Wat wilt u drinken? 🔊 ¿Qué desea beber?
🔊 Twee thee's, graag 🔊 ¡Dos tés por favor!
🔊 Twee biertjes, graag 🔊 Dos cervezas, por favor
🔊 Niets, dank u 🔊 Nada, gracias
🔊 Proost 🔊 ¡Salud!
🔊 Santé! 🔊 ¡Salud!
🔊 De rekening, alstublieft! 🔊 ¡La cuenta, por favor!
🔊 Hoeveel kost dat ? 🔊 ¿Qué le debo, por favor?
🔊 Twintig euro 🔊 Veinte euros
🔊 Ik trakteer je 🔊 Yo invito
11 - Restaurant
Nederlands Spaans
🔊 Het restaurant 🔊 El restaurante
🔊 Wil je iets eten? 🔊 ¿Quieres comer?
🔊 Eten 🔊 Comer
🔊 Waar kunnen we eten? 🔊 ¿Dónde podemos comer?
🔊 Waar kunnen we lunchen? 🔊 ¿Dónde podemos almorzar?
🔊 Het avondmaal 🔊 La cena
🔊 Het ontbijt 🔊 Desayuno
🔊 Excuseer! 🔊 ¡Por favor!
🔊 De menukaart, alstublieft! 🔊 ¡El menú, por favor!
🔊 Hier is de menukaart! 🔊 ¡Aquí está el menú!
🔊 Eet je liever vlees of vis? 🔊 ¿Qué prefieres comer? ¿Carne o pescado?
🔊 Met rijst 🔊 Con arroz
🔊 Met pasta 🔊 Con pasta
🔊 Aardappels 🔊 Patatas
🔊 Groenten 🔊 Verduras
🔊 Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje 🔊 Huevos revueltos - fritos - cocidos/hervidos/cocinados
🔊 Brood 🔊 Pan
🔊 Boter 🔊 Mantequilla
🔊 Een salade 🔊 Una ensalada
🔊 Een toetje 🔊 Un postre
🔊 Fruit 🔊 Frutas
🔊 Hebt u een mes, alstublieft? 🔊 ¿Me puedes dar un cuchillo, por favor?
🔊 Ja, ik breng er u onmiddellijk een 🔊 Sí, se lo traigo enseguida
🔊 Een mes 🔊 Un cuchillo
🔊 Een vork 🔊 Un tenedor
🔊 Een lepel 🔊 Una cuchara
🔊 Is dit een warme schotel? 🔊 ¿Es un plato caliente?
🔊 Ja, en erg pikant ook! 🔊 ¡Sí, y pícante también!
🔊 Warm 🔊 Caliente
🔊 Koud 🔊 Frío
🔊 Pikant 🔊 Pícante
🔊 Ik neem vis! 🔊 ¡Voy a comer pescado!
🔊 Ik ook 🔊 Yo también
12 - Afscheid nemen
Nederlands Spaans
🔊 Het is laat! Ik moet nu weggaan! 🔊 ¡Ya es tarde, debo irme!
🔊 Kunnen we elkaar weerzien? 🔊 ¿Podemos volver a vernos?
🔊 Ja, leuk! 🔊 Sí, por supuesto
🔊 Ik woon op dit adres 🔊 Vivo en esta dirección
🔊 Heb je een telefoonnummer? 🔊 ¿Me das tu número de teléfono?
🔊 Ja, dit is het 🔊 Sí, aquí lo tienes
🔊 Ik vond het gezellig 🔊 Me lo he pasado muy bien contigo
🔊 Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken 🔊 Para mi también ha sido un placer
🔊 We zien elkaar snel weer 🔊 Nos vemos pronto
🔊 Ik hoop het ook 🔊 Eso espero
🔊 Tot ziens! 🔊 ¡Adios!
🔊 Tot morgen 🔊 Hasta mañana
🔊 Dag! 🔊 ¡Adios!
13 - Vervoer
Nederlands Spaans
🔊 Dank u 🔊 Gracias
🔊 Pardon, ik zoek de bushalte 🔊 Discúlpeme, estoy buscando la parada de autobús
🔊 Hoeveel kost een ticket naar Zonstad? 🔊 ¿Cuánto cuesta un billete hasta Ciudad del Sol?
🔊 Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft? 🔊 ¿Hacia dónde va este tren, por favor?
🔊 Stopt deze trein in Zonstad? 🔊 ¿Este tren para en Ciudad del Sol?
🔊 Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad? 🔊 ¿Cuando sale el tren para Ciudad del Sol?
🔊 Wanneer komt de trein aan in Zonstad? 🔊 ¿A qué hora llega este tren a Ciudad del Sol?
🔊 Een kaartje voor Zonstad, alstublieft 🔊 Un billete para La ciudad del sol por favor
🔊 Hebt u de dienstregeling van de trein? 🔊 ¿Tiene los horarios de tren?
🔊 De dienstregeling van de bus 🔊 Los horarios de autobúses
🔊 Pardon, welke trein gaat naar Zonstad? 🔊 ¿Cuál es el tren que va hacia Ciudad del sol?
🔊 Die trein 🔊 Es este
🔊 Graag gedaan. Goede reis! 🔊 De nada. ¡Buen viaje!
🔊 De (repareer)garage 🔊 El taller de reparación
🔊 Het benzinestation 🔊 La estación de servicio
🔊 Voltanken, alstublieft 🔊 Lleno, por favor
🔊 Fiets 🔊 Bicicleta
🔊 Het stadscentrum 🔊 El centro
🔊 De voorstad 🔊 El suburbio
🔊 Het is een stad 🔊 Es una ciudad grande
🔊 Het is een dorp 🔊 Es un pueblo
🔊 Een berg 🔊 Una montaña
🔊 Een meer 🔊 Un lago
🔊 Het platteland 🔊 El campo
14 - Hotel
Nederlands Spaans
🔊 Het hotel 🔊 El hotel
🔊 Appartement 🔊 Apartamento
🔊 Welkom! 🔊 ¡Bienvenido!
🔊 Hebt u een kamer vrij? 🔊 ¿Tiene alguna habitación disponible?
🔊 Is er een badkamer in de kamer? 🔊 ¿Hay baño en la habitación?
🔊 Verkiest u twee eenpersoonsbedden? 🔊 ¿Prefiere dos camas sencillas?
🔊 Wenst u een kamer met een dubbel bed? 🔊 ¿Quiere una habitación doble?
🔊 Kamer met bad - met balkon - met douche 🔊 Una habitación con baño - con balcón - con ducha
🔊 Kamer met ontbijt 🔊 Habitación con desayuno incluido
🔊 Wat is de prijs voor één nacht? 🔊 ¿Cuál es el precio por noche?
🔊 Ik zou graag eerst de kamer zien 🔊 Me gustaría ver primero la habitación
🔊 Ja, natuurlijk 🔊 Claro, por supuesto
🔊 Dank u, de kamer is erg mooi 🔊 Gracias, la habitación está muy bien
🔊 Okee, kan ik reserveren voor deze nacht? 🔊 Está bien. ¿Puedo hacer una reserva para esta noche?
🔊 Het is wat te duur voor mij, bedankt 🔊 Es un poco caro para mi, gracias
🔊 Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft? 🔊 ¿Podría cuidar mi equipaje, por favor?
🔊 Waar is mijn kamer, alstublieft? 🔊 ¿Dónde está mi habitación?
🔊 Het is op de eerste verdieping 🔊 Está en el primer piso
🔊 Is er een lift? 🔊 ¿Hay ascensor?
🔊 De lift is aan uw linkerkant 🔊 El ascensor está a su izquierda
🔊 De lift is aan uw rechterkant 🔊 El ascensor está a su derecha
🔊 Waar is de wasserij, alstublieft? 🔊 ¿Dónde está la lavandería?
🔊 Het is op de gelijkvloerse verdieping 🔊 Está en la planta baja
🔊 De begane grond 🔊 Planta baja
🔊 Kamer 🔊 Habitación
🔊 Droogkuis 🔊 Lavandería
🔊 Kapsalon 🔊 Peluquería
🔊 Autoparking 🔊 Estacionamiento
🔊 We zien elkaar in de vergaderzaal? 🔊 ¿Nos encontramos en la sala de reuniones?
🔊 De vergaderzaal 🔊 La sala de reuniones
🔊 Het zwembad is verwarmd 🔊 La pisicina está climatizada
🔊 Het zwembad 🔊 La piscina
🔊 Maak me wakker om 7 uur, alstublieft 🔊 Por favor, ¿me podría despertar a las siete de la mañana?
🔊 De sleutel, alstublieft 🔊 La llave, por favor
🔊 De pas, alstublieft 🔊 La tarjeta magnética, por favor
🔊 Zijn er berichten voor mij? 🔊 ¿Hay mensajes para mi?
🔊 Ja, alstublieft 🔊 Sí, aquí los tiene
🔊 Nee, we hebben niets voor u ontvangen 🔊 No, no ha recibido nada
🔊 Waar kan ik wisselgeld krijgen? 🔊 ¿Dónde puedo conseguir cambio?
🔊 Kunt u mij wisselgeld geven? 🔊 ¿Me podría dar cambio, por favor?
🔊 Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst? 🔊 Sí podemos. ¿Cuánto quiere?
15 - Een persoon zoeken
Nederlands Spaans
🔊 Is Sarah hier, alstublieft? 🔊 Disculpe, ¿está Sara?
🔊 Ja, ze is hier 🔊 Si, está aquí
🔊 Ze is weg 🔊 Salió
🔊 U kunt haar bellen op haar mobiel 🔊 La puede llamar a su móvil
🔊 Weet u waar ik haar kan vinden? 🔊 ¿Sabe dónde puedo encontrarla?
🔊 Ze is op haar werk 🔊 Está en el trabajo
🔊 Ze is thuis 🔊 Está en su casa
🔊 Is Julien hier, alstublieft? 🔊 Disculpe, ¿está Julián?
🔊 Ja, hij is hier 🔊 Si, está aquí
🔊 Hij is weg 🔊 Salió
🔊 Weet u waar ik hem kan vinden? 🔊 ¿Sabe dónde puedo encontrarlo?
🔊 U kunt hem bellen op zijn mobiel 🔊 Le puede llamar a su teléfono móvil
🔊 Hij is op zijn werk 🔊 Está en el trabajo
🔊 Hij is thuis 🔊 Está en su casa
16 - Strand
Nederlands Spaans
🔊 Het strand 🔊 La playa
🔊 Weet u waar ik een bal kan kopen? 🔊 ¿Dónde puedo comprar un balón?
🔊 Er is een winkel in die richting 🔊 Hay una tienda es esta dirección
🔊 Een bal 🔊 Un balón
🔊 Een verrekijker 🔊 Prismáticos
🔊 Een pet 🔊 Una gorra
🔊 Een handdoek 🔊 Una toalla
🔊 Sandalen 🔊 Sandalias
🔊 Een emmer 🔊 Un cubo
🔊 Zonnecrème 🔊 Protector solar
🔊 Zwembroek 🔊 Traje de baño
🔊 Zonnebril 🔊 Gafas de sol
🔊 Schaaldieren 🔊 Marisco
🔊 Zonnebaden 🔊 Tomar un baño del sol
🔊 Zonnig 🔊 Soleado
🔊 Zonsondergang 🔊 Puesta de sol
🔊 Parasol 🔊 Parasol
🔊 Zon 🔊 Sol
🔊 Schaduw 🔊 Sombra
🔊 Zonneslag 🔊 Insolación
🔊 Is het gevaarlijk om hier te zwemmen? 🔊 ¿Es peligroso nadar aquí?
🔊 Nee, het is niet gevaarlijk 🔊 No, no es peligroso
🔊 Ja, het is verboden om hier te zwemmen 🔊 Sí, está prohibido nada aquí
🔊 Zwemmen 🔊 Nadar
🔊 Zwemmen 🔊 Natación
🔊 Golf 🔊 Ola
🔊 Zee 🔊 Mar
🔊 Duin 🔊 Duna
🔊 Zand 🔊 Arena
🔊 Welk weer voorspellen ze voor morgen? 🔊 ¿Cuáles son las previsiones del clima para mañana?
🔊 Het weer gaat veranderen 🔊 El clima va a cambiar
🔊 Het gaat regenen 🔊 Va a llover
🔊 Het wordt zonnig 🔊 Va a hacer sol
🔊 Het wordt erg winderig 🔊 Habrá mucho viento
🔊 Zwempak 🔊 Traje de baño
17 - In geval van problemen
Nederlands Spaans
🔊 Kunt u me helpen, alstublieft? 🔊 ¿Podría ayudarme, por favor?
🔊 Ik ben de weg kwijt 🔊 Estoy perdido
🔊 Wat wenst u? 🔊 ¿Qué desea?
🔊 Wat is er gebeurd? 🔊 ¿Qué pasó?
🔊 Waar kan ik een tolk vinden? 🔊 ¿Dónde puedo conseguir un intérprete?
🔊 Waar is de dichtstbijzijnde apotheek? 🔊 ¿Dónde está la farmacia más cercana?
🔊 Kunt u een dokter bellen, alstublieft? 🔊 ¿Puede llamar a un doctor, por favor?
🔊 Welke behandeling krijgt u op dit moment? 🔊 ¿Qué tipo de tratamiento tiene actualmente?
🔊 Een ziekenhuis 🔊 Un hospital
🔊 Een apotheek 🔊 Una farmacia
🔊 Een dokter 🔊 Un doctor
🔊 Medische dienst 🔊 Departamento médico
🔊 Ik ben mijn papieren kwijt 🔊 He perdido mis documentos
🔊 Mijn papieren zijn gestolen 🔊 Me robaron mis documentos
🔊 Bureau voor gevonden voorwerpen 🔊 Oficina de objetos perdidos
🔊 Hulppost 🔊 Primeros auxilios
🔊 Nooduitgang 🔊 Salida de emergencia
🔊 De Politie 🔊 La Policía
🔊 Identiteitsbewijs 🔊 Papeles
🔊 Geld 🔊 Dinero
🔊 Paspoort 🔊 Pasaporte
🔊 Bagage 🔊 Maletas
🔊 Nee dank u, ik heb geen interesse 🔊 Está bien así, gracias
🔊 Laat me met rust! 🔊 ¡Déjeme tranquilo!
🔊 Ga weg! 🔊 ¡Váyase!

Onze methode

Download mp3 en pdf