vocabolario > olandese

1 - Espressioni essenziali
🔊 Buongiorno 🔊 Goedendag
🔊 Buonasera 🔊 Goedenavond
🔊 Arrivederci 🔊 Tot ziens
🔊 A dopo 🔊 Tot straks
🔊 Sì 🔊 Ja
🔊 No 🔊 Nee
🔊 Per favore! 🔊 Alstublieft
🔊 Grazie 🔊 Dank u
🔊 Grazie mille 🔊 Dank u wel
🔊 Grazie mille 🔊 Dank je wel
🔊 Grazie per il suo aiuto 🔊 Bedankt voor uw hulp
🔊 Prego 🔊 Graag gedaan
🔊 Va bene 🔊 Okee
🔊 Quanto costa, per favore? 🔊 Hoeveel kost dat?
🔊 Mi scusi ! 🔊 Pardon!
🔊 Mi scusi ! 🔊 Excuseer!
🔊 Non ho capito 🔊 Ik begrijp het niet
🔊 Ho capito 🔊 Ik heb het begrepen
🔊 Non so 🔊 Ik weet het niet
🔊 Vietato 🔊 Verboden
🔊 Dov'è il bagno per favore ? 🔊 Waar zijn de toiletten, alstublieft?
🔊 Buon anno! 🔊 Gelukkig Nieuwjaar!
🔊 Buon compleanno! 🔊 Gelukkige verjaardag!
🔊 Buone feste! 🔊 Prettige feesten!
🔊 Congratulazioni! 🔊 Gefeliciteerd!
🔊 Congratulazioni! 🔊 Proficiat!
2 - Conversazione
🔊 Buongiorno. Come stai ? 🔊 Hallo. Hoe gaat het?
🔊 Buongiorno. Bene, grazie 🔊 Hallo. Het gaat goed, dank je
🔊 Parli olandese ? 🔊 Spreek je Nederlands ?
🔊 No, non parlo olandese 🔊 Nee, ik spreek geen Nederlands
🔊 Soltanto un po' 🔊 Slechts een klein beetje
🔊 Di dove sei ? 🔊 Waar kom je vandaan?
🔊 Di che nazionalità sei? 🔊 Wat is je nationaliteit?
🔊 Sono italiano 🔊 Ik ben Italiaans
🔊 E tu, vivi qui? 🔊 En jij, woon je hier?
🔊 Si, abito qui 🔊 Ja, ik woon hier
🔊 Mi chiamo Sara, e tu ? 🔊 Ik heet Sarah, en jij?
🔊 Giuliano 🔊 Julien
🔊 Che fai qui? 🔊 Wat doe je hier?
🔊 Sono in vacanza 🔊 Ik ben op vakantie
🔊 Sono in vacanza 🔊 Ik ben met vakantie
🔊 Siamo in vacanza 🔊 Wij zijn op vakantie
🔊 Siamo in vacanza 🔊 Wij zijn met vakantie
🔊 Sono in viaggio d'affari 🔊 Ik ben op zakenreis
🔊 Lavoro qui 🔊 Ik werk hier
🔊 Lavoriamo qui 🔊 Wij werken hier
🔊 Dove mi consigli di andare a mangiare? 🔊 Wat zijn de goeie plekjes om te eten?
🔊 C'è un museo qui vicino? 🔊 Is er een museum in de buurt?
🔊 Dove posso collegarmi a internet? 🔊 Waar kan ik internetverbinding maken?
3 - Imparare
🔊 Vuoi imparare un po' di vocabolario ? 🔊 Wil je enkele woorden leren?
🔊 Con piacere! 🔊 Okee!
🔊 Come si chiama ? 🔊 Hoe heet dat?
🔊 È un tavolo 🔊 Dat is een tafel
🔊 Un tavolo, hai capito ? 🔊 Een tafel, begrijp je?
🔊 Non ho capito 🔊 Ik begrijp het niet
🔊 Puoi ripetere per favore ? 🔊 Kan je dat alsjeblieft herhalen?
🔊 Puoi parlare più lentamente? 🔊 Kan je een beetje trager praten, alsjeblieft?
🔊 Potresti scriverlo per favore? 🔊 Zou je dat kunnen opschrijven, alsjeblieft?
🔊 Ho capito 🔊 Ik heb het begrepen
4 - Colori
🔊 Mi piace il colore di questo tavolo 🔊 Ik vind de kleur van deze tafel mooi
🔊 È rosso 🔊 Het is rood
🔊 Blu 🔊 Blauw
🔊 Giallo 🔊 Geel
🔊 Bianco 🔊 Wit
🔊 Nero 🔊 Zwart
🔊 Verde 🔊 Groen
🔊 Arancione 🔊 Oranje
🔊 Viola 🔊 Paars
🔊 Grigio 🔊 Grijs
5 - Numeri
🔊 Zero 🔊 Nul
🔊 Uno 🔊 Een
🔊 Due 🔊 Twee
🔊 Tre 🔊 Drie
🔊 Quattro 🔊 Vier
🔊 Cinque 🔊 Vijf
🔊 Sei 🔊 Zes
🔊 Sette 🔊 Zeven
🔊 Otto 🔊 Acht
🔊 Nove 🔊 Negen
🔊 Dieci 🔊 Tien
🔊 Undici 🔊 Elf
🔊 Dodici 🔊 Twaalf
🔊 Tredici 🔊 Dertien
🔊 Quattordici 🔊 Veertien
🔊 Quindici 🔊 Vijftien
🔊 Sedici 🔊 Zestien
🔊 Diciassette 🔊 Zeventien
🔊 Diciotto 🔊 Achttien
🔊 Diciannove 🔊 Negentien
🔊 Venti 🔊 Twintig
🔊 Ventuno 🔊 Eenentwintig
🔊 Ventidue 🔊 Tweeëntwintig
🔊 Ventitre 🔊 Drieëntwintig
🔊 Ventiquattro 🔊 Vierentwintig
🔊 Venticinque 🔊 Vijfentwintig
🔊 Ventisei 🔊 Zesentwintig
🔊 Ventisette 🔊 Zevenentwintig
🔊 Ventotto 🔊 Achtentwintig
🔊 Ventinove 🔊 Negenentwintig
🔊 Trenta 🔊 Dertig
🔊 Trentuno 🔊 Eenendertig
🔊 Trentadue 🔊 Tweeëndertig
🔊 Trentatre 🔊 Drieëndertig
🔊 Trentaquattro 🔊 Vierendertig
🔊 Trentacinque 🔊 Vijfendertig
🔊 Trentasei 🔊 Zesendertig
🔊 Quaranta 🔊 Veertig
🔊 Cinquanta 🔊 Vijftig
🔊 Sessanta 🔊 Zestig
🔊 Settanta 🔊 Zeventig
🔊 Ottanta 🔊 Tachtig
🔊 Novanta 🔊 Negentig
🔊 Cento 🔊 Honderd
🔊 Cento-cinque 🔊 Honderd vijf
🔊 Cento-cinque 🔊 Honderd en vijf
🔊 Duecento 🔊 Tweehonderd
🔊 Trecento 🔊 Driehonderd
🔊 Quattrocento 🔊 Vierhonderd
🔊 Mille 🔊 Duizend
🔊 Millecinquecento 🔊 Vijftienhonderd
🔊 Duemila 🔊 Tweeduizend
🔊 Diecimila 🔊 Tienduizend
6 - Punti di riferimento di tempo
🔊 Da quando sei qui? 🔊 Wanneer ben je aangekomen?
🔊 Da oggi 🔊 Vandaag
🔊 Da ieri 🔊 Gisteren
🔊 Da due giorni 🔊 Twee dagen geleden
🔊 Quanto tempo resti ? 🔊 Hoe lang blijf je?
🔊 Riparto domani 🔊 Ik vertrek morgen
🔊 Riparto dopodomani 🔊 Ik vertrek overmorgen
🔊 Riparto tra tre giorni 🔊 Ik vertrek over drie dagen
🔊 Lunedì 🔊 Maandag
🔊 Martedì 🔊 Dinsdag
🔊 Mercoledì 🔊 Woensdag
🔊 Giovedì 🔊 Donderdag
🔊 Venerdì 🔊 Vrijdag
🔊 Sabato 🔊 Zaterdag
🔊 Domenica 🔊 Zondag
🔊 Gennaio 🔊 Januari
🔊 Febbraio 🔊 Februari
🔊 Marzo 🔊 Maart
🔊 Aprile 🔊 April
🔊 Maggio 🔊 Mei
🔊 Giugno 🔊 Juni
🔊 Luglio 🔊 Juli
🔊 Agosto 🔊 Augustus
🔊 Settembre 🔊 September
🔊 Ottobre 🔊 Oktober
🔊 Novembre 🔊 November
🔊 Dicembre 🔊 December
🔊 A che ora parti ? 🔊 Hoe laat vertrek je?
🔊 La mattina, alle otto 🔊 Om acht uur 's ochtends
🔊 La mattina, alle otto e un quarto 🔊 Om kwart over acht 's ochtends
🔊 La mattina, alle otto e trenta 🔊 Om half negen 's ochtends
🔊 La mattina, alle otto e quarantacinque 🔊 Om kwart voor negen 's ochtends
🔊 La sera, alle diciotto 🔊 Om zes uur 's avonds
🔊 Sono in ritardo 🔊 Ik ben laat
🔊 Sono in ritardo 🔊 Ik heb vertraging
7 - Taxi
🔊 Taxi! 🔊 Taxi!
🔊 Dove vuole andare? 🔊 Waar wilt u naartoe?
🔊 Vado alla stazione 🔊 Ik ga naar het station
🔊 Vado all'hotel Giorno e Notte 🔊 Ik ga naar het hotel Dag en Nacht
🔊 Mi puo' portare all'aeroporto? 🔊 Kunt u me naar de luchthaven brengen?
🔊 Puo' prendere i miei bagagli? 🔊 Kunt u mijn bagage nemen?
🔊 È lontano da qui ? 🔊 Is het ver van hier?
🔊 No è vicino 🔊 Nee, het is vlakbij
🔊 Sì è un po' più lontano 🔊 Ja, het is iets verder weg
🔊 Quanto costa? 🔊 Hoeveel zal het kosten?
🔊 Mi porti qui per favore 🔊 Breng me hiernaartoe, alstublieft
🔊 A destra 🔊 Het is rechts
🔊 A sinistra 🔊 Het is links
🔊 Dritto 🔊 Het is rechtdoor
🔊 È qui 🔊 Het is hier
🔊 È di là 🔊 Het is die kant uit
🔊 È di là 🔊 Het is langs daar
🔊 Alt! 🔊 Stop!
🔊 Faccia con comodo 🔊 Neem uw tijd
🔊 Mi puo' fare una ricevuta per favore? 🔊 Mag ik een ontvangstbewijs, alstublieft?
8 - Famiglia
🔊 Hai dei parenti qui? 🔊 Heb je familie hier?
🔊 Mio padre 🔊 Mijn vader
🔊 Mia madre 🔊 Mijn moeder
🔊 Mio figlio 🔊 Mijn zoon
🔊 Mia figlia 🔊 Mijn dochter
🔊 Un fratello 🔊 Een broer
🔊 Una sorella 🔊 Een zus
🔊 Un amico 🔊 Een vriend
🔊 Un'amica 🔊 Een vriendin
🔊 Il mio ragazzo 🔊 Mijn vriend
🔊 La mia ragazza 🔊 Mijn vriendin
🔊 Mio marito 🔊 Mijn man
🔊 Mia moglie 🔊 Mijn vrouw
9 - Sentimenti
🔊 Il tuo paese mi piace molto 🔊 Ik hou erg van jouw land
🔊 Ti amo 🔊 Ik hou van je
🔊 Sono felice 🔊 Ik ben blij
🔊 Sono triste 🔊 Ik ben verdrietig
🔊 Sto bene qui 🔊 Ik voel me goed hier
🔊 Sento freddo 🔊 Ik heb koud
🔊 Sento caldo 🔊 Ik heb warm
🔊 È' troppo grande 🔊 Het is te groot
🔊 È troppo piccolo 🔊 Het is te klein
🔊 È perfetto 🔊 Het is perfect
🔊 Vuoi uscire stasera? 🔊 Wil je vanavond uit?
🔊 Vorrei uscire stasera 🔊 Ik zou graag uitgaan vanavond
🔊 È una buon'idea 🔊 Dat is een goed idee
🔊 Ho voglia di divertirmi 🔊 Ik wil me amuseren
🔊 Non è una buon'idea 🔊 Dat is geen goed idee
🔊 Non ho voglia di uscire stasera 🔊 Ik heb geen zin om uit te gaan vanavond
🔊 Ho voglia di riposarmi 🔊 Ik wil rusten
🔊 Vuoi fare sport? 🔊 Wil je sporten?
🔊 Sì, ho bisogno di sfogarmi! 🔊 Ik heb ontspanning nodig
🔊 Io gioco a tennis 🔊 Ik speel tennis
🔊 Sì, ho bisogno di sfogarmi! 🔊 Ja, ik heb nood aan ontspanning
🔊 No grazie, sono abbastanza stanco 🔊 Nee bedankt, ik ben erg moe
10 - Bar
🔊 Il bar 🔊 De bar
🔊 Vuoi bere qualcosa? 🔊 Wil je iets drinken?
🔊 Bere 🔊 Drinken
🔊 Bicchiere 🔊 Glas
🔊 Con piacere 🔊 Ja, graag
🔊 Che cosa prendi? 🔊 Wat wil je?
🔊 Che cosa c'è da bere ? 🔊 Waar kan ik uit kiezen?
🔊 C'è dell' acqua o dei succhi di frutta 🔊 Er is water of vruchtensap
🔊 C'è dell' acqua o dei succhi di frutta 🔊 Er is water of fruitsap
🔊 Acqua 🔊 Water
🔊 Puo' aggiungere un po' di ghiaccio per favore? 🔊 Kunt u er ijsblokjes bij doen?
🔊 Puo' aggiungere un po' di ghiaccio per favore? 🔊 Kan je er ijsblokjes bij doen?
🔊 Un po' di ghiaccio? 🔊 Ijsblokjes
🔊 Una cioccolata 🔊 Chocolademelk
🔊 Del latte 🔊 Melk
🔊 Del tè 🔊 Thee
🔊 Del caffè 🔊 Koffie
🔊 Con zucchero 🔊 Met suiker
🔊 Con panna 🔊 Met melk
🔊 Del vino 🔊 Wijn
🔊 Una birra 🔊 Bier
🔊 Un tè, per favore 🔊 Een thee, graag
🔊 Una birra per favore 🔊 Een biertje, graag
🔊 Cosa vuoi bere ? 🔊 Wat wilt u drinken?
🔊 Una birra per favore 🔊 Een pint(je) graag
🔊 Due tè per favore 🔊 Twee thee's, graag
🔊 Due birre per favore 🔊 Twee biertjes, graag
🔊 Due birre per favore 🔊 Twee pinten graag
🔊 Niente, grazie 🔊 Niets, dank u
🔊 Alla tua 🔊 Proost
🔊 Salute 🔊 Santé!
🔊 Salute 🔊 Gezondheid!
🔊 Il conto per favore 🔊 De rekening, alstublieft!
🔊 Quanto Le devo, per favore ? 🔊 Hoeveel kost dat ?
🔊 Quanto Le devo, per favore ? 🔊 Hoeveel moet ik u?
🔊 Venti Euro 🔊 Twintig euro
🔊 È per me 🔊 Ik trakteer je
11 - Ristorante
🔊 Il ristorante 🔊 Het restaurant
🔊 Vuoi mangiare? 🔊 Wil je iets eten?
🔊 Sì, ne ho voglia 🔊 Ja, graag
🔊 Mangiare 🔊 Eten
🔊 Dove possiamo mangiare? 🔊 Waar kunnen we eten?
🔊 Dove possiamo pranzare? 🔊 Waar kunnen we lunchen?
🔊 La cena 🔊 Het avondmaal
🔊 La prima colazione 🔊 Het ontbijt
🔊 Per favore ! 🔊 Excuseer!
🔊 Il menu per favore! 🔊 De menukaart, alstublieft!
🔊 Ecco il menu! 🔊 Hier is de menukaart!
🔊 Cosa preferisci? Carne o pesce? 🔊 Eet je liever vlees of vis?
🔊 Con riso 🔊 Met rijst
🔊 Con pasta 🔊 Met pasta
🔊 Delle patate 🔊 Aardappels
🔊 Delle patate 🔊 Aardappelen
🔊 Della verdura 🔊 Groenten
🔊 Delle uova strapazzate - al tegamino - o alla coque 🔊 Roerei - spiegelei - zachtgekookt eitje
🔊 Del pane 🔊 Brood
🔊 Del burro 🔊 Boter
🔊 Un'insalata 🔊 Een salade
🔊 Un dolce 🔊 Een toetje
🔊 Un dolce 🔊 Een nagerecht
🔊 Della frutta 🔊 Fruit
🔊 Ha un coltello per favore? 🔊 Hebt u een mes, alstublieft?
🔊 Sì, glielo porto subito 🔊 Ja, ik breng er u onmiddellijk een
🔊 Un coltello 🔊 Een mes
🔊 Una forchetta 🔊 Een vork
🔊 Un cucchiaio 🔊 Een lepel
🔊 È un piatto caldo? 🔊 Is dit een warme schotel?
🔊 Sì, ed anche molto speziato! 🔊 Ja, en erg pikant ook!
🔊 Caldo 🔊 Warm
🔊 Freddo 🔊 Koud
🔊 Speziato 🔊 Pikant
🔊 Prenderò il pesce! 🔊 Ik neem vis!
🔊 Anch'io 🔊 Ik ook
12 - Lasciarsi
🔊 È tardi ! Devo andare! 🔊 Het is laat! Ik moet nu weggaan!
🔊 Ci rivedremo ? 🔊 Kunnen we elkaar weerzien?
🔊 Sì, certamente 🔊 Ja, leuk!
🔊 Abito a quest'indirizzo 🔊 Ik woon op dit adres
🔊 Hai un numero di telefono? 🔊 Heb je een telefoonnummer?
🔊 Sì, eccolo 🔊 Ja, dit is het
🔊 Ho trascorso un momento piacevole con te 🔊 Ik vond het gezellig
🔊 Anch'io, mi ha fatto piacere incontrarti 🔊 Ik ook, ik vond het leuk om kennis met je te maken
🔊 Ci rivedremo presto 🔊 We zien elkaar snel weer
🔊 Lo spero anch'io 🔊 Ik hoop het ook
🔊 Arrivederci 🔊 Tot ziens!
🔊 A domani 🔊 Tot morgen
🔊 Ciao 🔊 Dag!
13 - Trasporto
🔊 Per favore ! Cerco la fermata dell'autobus 🔊 Pardon, ik zoek de bushalte
🔊 Quanto costa il biglietto per La Città del Sole per favore? 🔊 Hoeveel kost een ticket naar Zonstad?
🔊 Dove va questo treno per favore? 🔊 Waar gaat deze trein naartoe, alstublieft?
🔊 Questo treno si ferma alla Città del Sole? 🔊 Stopt deze trein in Zonstad?
🔊 Quando parte il treno per la Città del Sole? 🔊 Wanneer vertrekt de trein naar Zonstad?
🔊 Quando arriva il treno per la Città del Sole? 🔊 Wanneer komt de trein aan in Zonstad?
🔊 Un biglietto per La Città del Sole per favore 🔊 Een kaartje voor Zonstad, alstublieft
🔊 Conosce l'orario dei treni? 🔊 Hebt u de dienstregeling van de trein?
🔊 L'orario degli autobus 🔊 De dienstregeling van de bus
🔊 Qual è il treno per La Città del Sole per favore? 🔊 Pardon, welke trein gaat naar Zonstad?
🔊 È quello 🔊 Die trein
🔊 Grazie 🔊 Dank u
🔊 Di niente. Buon Viaggio 🔊 Graag gedaan. Goede reis!
🔊 Il meccanico 🔊 De (repareer)garage
🔊 La pompa di benzina 🔊 Het benzinestation
🔊 Il pieno, per favore 🔊 Voltanken, alstublieft
🔊 Bici 🔊 Fiets
🔊 Il centro città 🔊 Het stadscentrum
🔊 La periferia 🔊 De voorstad
🔊 È una grande città 🔊 Het is een stad
🔊 È un paese 🔊 Het is een dorp
🔊 Una montagna 🔊 Een berg
🔊 Un lago 🔊 Een meer
🔊 La campagna 🔊 Het platteland
14 - Hotel
🔊 L'hotel 🔊 Het hotel
🔊 Appartamento 🔊 Appartement
🔊 Benvenuti! 🔊 Welkom!
🔊 Ha una camera libera? 🔊 Hebt u een kamer vrij?
🔊 È una camera con bagno? 🔊 Is er een badkamer in de kamer?
🔊 Preferisce due letti separati? 🔊 Verkiest u twee eenpersoonsbedden?
🔊 Desidera una camera doppia? 🔊 Wenst u een kamer met een dubbel bed?
🔊 Camera con vasca da bagno- con doccia- con balcone 🔊 Kamer met bad - met balkon - met douche
🔊 Camera con la prima colazione 🔊 Kamer met ontbijt
🔊 Qual è il prezzo per una notte? 🔊 Wat is de prijs voor één nacht?
🔊 Prima vorrei vedere la camera, per favore! 🔊 Ik zou graag eerst de kamer zien
🔊 Sì, certo! 🔊 Ja, natuurlijk
🔊 Grazie, la camera va benissimo. 🔊 Dank u, de kamer is erg mooi
🔊 Va bene, posso prenotare per questa sera? 🔊 Okee, kan ik reserveren voor deze nacht?
🔊 La ringrazio, ma è troppo cara per me 🔊 Het is wat te duur voor mij, bedankt
🔊 Puo' prendere i miei bagagli, per favore? 🔊 Kunt u voor mijn bagage zorgen, alstublieft?
🔊 Dove si trova la mia camera, per favore? 🔊 Waar is mijn kamer, alstublieft?
🔊 È al primo piano 🔊 Het is op de eerste verdieping
🔊 C'è un ascensore? 🔊 Is er een lift?
🔊 L'ascensore è alla sua sinistra 🔊 De lift is aan uw linkerkant
🔊 L'ascensore è alla sua destra 🔊 De lift is aan uw rechterkant
🔊 Dov'è la lavanderia? 🔊 Waar is de wasserij, alstublieft?
🔊 È al pianterreno. 🔊 Het is op de gelijkvloerse verdieping
🔊 Pianterreno. 🔊 De begane grond
🔊 È al pianterreno. 🔊 Het is op de benedenverdieping
🔊 Pianterreno. 🔊 De gelijkvloerse verdieping
🔊 Camera 🔊 Kamer
🔊 Lavanderia 🔊 Droogkuis
🔊 Lavanderia 🔊 Stomerij
🔊 Parrucchiere 🔊 Kapsalon
🔊 Parcheggio auto 🔊 Autoparking
🔊 Vediamoci nella sala conferenze? 🔊 We zien elkaar in de vergaderzaal?
🔊 La sala di riunione 🔊 De vergaderzaal
🔊 La piscina è riscaldata 🔊 Het zwembad is verwarmd
🔊 La piscina 🔊 Het zwembad
🔊 Mi svegli alle sette per favore 🔊 Maak me wakker om 7 uur, alstublieft
🔊 La chiave per favore 🔊 De sleutel, alstublieft
🔊 Il pass per favore 🔊 De pas, alstublieft
🔊 Ci sono messaggi per me? 🔊 Zijn er berichten voor mij?
🔊 Sì, eccoli 🔊 Ja, alstublieft
🔊 No, non ha ricevuto nulla 🔊 Nee, we hebben niets voor u ontvangen
🔊 Dove posso cambiare i soldi in spiccioli? 🔊 Waar kan ik wisselgeld krijgen?
🔊 Mi puo' cambiare i soldi in spiccioli per favore? 🔊 Kunt u mij wisselgeld geven?
🔊 Possiamo cambiarle i soldi. Quanti ne vuole cambiare? 🔊 Dat kunnen wij. Hoeveel had u gewenst?
15 - Cercare qualcuno
🔊 C'è Sara per favore ? 🔊 Is Sarah hier, alstublieft?
🔊 Sì, è qui 🔊 Ja, ze is hier
🔊 È uscita 🔊 Ze is weg
🔊 Puo' chiamarla al cellulare 🔊 U kunt haar bellen op haar mobiel
🔊 Puo' chiamarla al cellulare 🔊 U kunt haar bellen op haar GSM
🔊 Sa dove posso trovarla? 🔊 Weet u waar ik haar kan vinden?
🔊 È andata al lavoro 🔊 Ze is op haar werk
🔊 È a casa sua 🔊 Ze is thuis
🔊 C'è Giuliano per favore ? 🔊 Is Julien hier, alstublieft?
🔊 Sì, è qui 🔊 Ja, hij is hier
🔊 È uscito 🔊 Hij is weg
🔊 Sa dove posso trovarlo? 🔊 Weet u waar ik hem kan vinden?
🔊 Puo' chiamarlo al cellulare 🔊 U kunt hem bellen op zijn mobiel
🔊 Puo' chiamarlo al cellulare 🔊 U kunt hem bellen op zijn GSM
🔊 È andato al lavoro 🔊 Hij is op zijn werk
🔊 È a casa sua 🔊 Hij is thuis
16 - Spiaggia
🔊 La spiaggia 🔊 Het strand
🔊 Sa dove posso comprare un palloncino? 🔊 Weet u waar ik een bal kan kopen?
🔊 C'è un negozio da questa parte 🔊 Er is een winkel in die richting
🔊 Un palloncino 🔊 Een bal
🔊 Un binocolo 🔊 Een verrekijker
🔊 Un berretto 🔊 Een pet
🔊 Asciugamano 🔊 Een handdoek
🔊 Sandali 🔊 Sandalen
🔊 Secchiello 🔊 Een emmer
🔊 Crema solare 🔊 Zonnecrème
🔊 Costume da bagno maschile 🔊 Zwembroek
🔊 Occhiali da sole 🔊 Zonnebril
🔊 Crostaceo 🔊 Schaaldieren
🔊 Fare un bagno di sole 🔊 Zonnebaden
🔊 Assolato 🔊 Zonnig
🔊 Tramonto 🔊 Zonsondergang
🔊 Ombrellone 🔊 Parasol
🔊 Sole 🔊 Zon
🔊 Insolazione 🔊 Zonneslag
🔊 Insolazione 🔊 Zonnesteek
🔊 È pericoloso nuotare qui? 🔊 Is het gevaarlijk om hier te zwemmen?
🔊 No, non è pericoloso 🔊 Nee, het is niet gevaarlijk
🔊 Sì, è vietato farsi il bagno qui 🔊 Ja, het is verboden om hier te zwemmen
🔊 Nuotare 🔊 Zwemmen
🔊 Nuoto 🔊 Zwemmen
🔊 Onda 🔊 Golf
🔊 Mare 🔊 Zee
🔊 Duna 🔊 Duin
🔊 Sabbia 🔊 Zand
🔊 Quali sono le previsioni metereologiche per domani? 🔊 Welk weer voorspellen ze voor morgen?
🔊 Il tempo sta cambiando 🔊 Het weer gaat veranderen
🔊 Pioverà 🔊 Het gaat regenen
🔊 Ci sarà il sole 🔊 Het wordt zonnig
🔊 Ci sarà molto vento 🔊 Het wordt erg winderig
🔊 Costume da bagno 🔊 Zwempak
🔊 Ombra 🔊 Schaduw
17 - In caso di problema
🔊 Mi può aiutare per favore ? 🔊 Kunt u me helpen, alstublieft?
🔊 Mi sono perso 🔊 Ik ben de weg kwijt
🔊 Cosa desidera? 🔊 Wat wenst u?
🔊 Che è successo? 🔊 Wat is er gebeurd?
🔊 Dove posso trovare un interprete? 🔊 Waar kan ik een tolk vinden?
🔊 Dov'è la farmacia più vicina? 🔊 Waar is de dichtstbijzijnde apotheek?
🔊 Puo' chiamare un medico per favore? 🔊 Kunt u een dokter bellen, alstublieft?
🔊 Che cura segue al momento? 🔊 Welke behandeling krijgt u op dit moment?
🔊 Un ospedale 🔊 Een ziekenhuis
🔊 Una farmacia 🔊 Een apotheek
🔊 Un medico 🔊 Een dokter
🔊 Servizio medico 🔊 Medische dienst
🔊 Ho perso i documenti 🔊 Ik ben mijn papieren kwijt
🔊 Mi hanno rubato i documenti 🔊 Mijn papieren zijn gestolen
🔊 Ufficio degli oggetti smarriti 🔊 Bureau voor gevonden voorwerpen
🔊 Posto di soccorso 🔊 Hulppost
🔊 Uscita di sicurezza 🔊 Nooduitgang
🔊 La polizia 🔊 De Politie
🔊 Documenti 🔊 Identiteitsbewijs
🔊 Soldi 🔊 Geld
🔊 Passaporto 🔊 Paspoort
🔊 Bagagli 🔊 Bagage
🔊 No, grazie 🔊 Nee dank u, ik heb geen interesse
🔊 Lasciami in pace ! 🔊 Laat me met rust!
🔊 Vattene ! 🔊 Ga weg!